Ode
Kernuitstap: Belgen geven voorkeur aan hernieuwbare energie

Kernuitstap: Belgen geven voorkeur aan hernieuwbare energie

04 april 2014

Een IPSOS peiling (uitgevoerd op vraag van de hernieuwbare energiefederaties ODE, EDORA en BOP) geeft aan dat bijna 7 Belgen op 10 de voorkeur geven aan hernieuwbare energiebronnen  om in de huidige en toekomstige energieproductie te voorzien. Deze productie draagt omwille van diverse redenen de voorkeur weg:  een lokale elektriciteitsproductie tegen een lagere kost, die geen gevaarlijk afval of CO2 met zich meebrengt. Daarenboven stelt 85% van de Belgen dat windenergie voor een groot deel zal bijdragen tot de elektriciteitslevering.

Deze IPSOS peiling werd uitgevoerd bij meer dan 1000 personen[1]tussen 18 en 20 maart 2014.  69% onder hen geeft de voorkeur aan hernieuwbare energiebronnen voor de productie van elektriciteit, ook na 2025 wanneer de laatste kerncentrales gesloten worden.

De resultaten van de peiling tonen aan dat de Belgen een productie verkiezen tegen een lagere kost en die geen gevaarlijk afval of uitstoot van broeikasgassen genereert. De bevolking stelt dat de hernieuwbare energiebronnen daar het best aan beantwoorden en ons ook de mogelijkheid geven om de energieonafhankelijkheid te vergroten.

De peiling toont eveneens aan dat 85% van de Belgen vindt dat windenergie « voor een groot deel » moet instaan voor onze elektriciteitsvoorziening. Aan de vooravond van de verkiezingen moet dit signaal de beleidsmakers aanzetten om windenergie verder alle ontwikkelingskansen te geven.

De hernieuwbare energiefederaties (ODE, EDORA en BOP) roepen de toekomstige regeringen ook op om snel een stabiel regelgevend kader vast te leggen om toekomstige investeringen in de hernieuwbare energiesector voldoende zekerheid te bieden. Dit draagt niet alleen de voorkeur van een ruime meerderheid van de Belgen weg, maar biedt ook de kans om  de significante tewerkstelling die door hernieuwbare energieproductie worden geschapen, verder te bevorderen.

 

[1]Representatieve steekproef bij de Belgische bevolking, maximale foutenmarge van 3,09%.