• Limetorrents TV Shows
  • Nieuwsbrief

    Nieuwsbrief
    1. Ongeldige invoer
    2. Ongeldige invoer
    3. Ongeldige invoer
    4. Beveiligingscode Ongeldige invoer

     

     

    WNVL logo VL 143x80 dpi zondertekst

    ODE header nieuw

    CASSIS

    donderdag, 30 augustus 2018 16:11

    Het eerste wat ik deed, was – profiterend van wat onoplettendheid thuis – de bromfiets nemen om ermee te gaan rijden. Ik was net zestien geworden en toen mocht het. Zonder helm (hoefde nog niet) en dan, waah, de sensatie om even op volle snelheid te komen en de wind langs me heen voelen (toen al!), met de Flandria de hele Robrecht Van Vlaanderenlaan door. Robrecht was al een hele tijd dood, dus van het geluid had hij geen last. Na die kort en krachtige, spetterende beleving ging het eerder sputterend terug naar huis, waar er weinig animo was om het brommertje deftig te laten herstellen, want “daar komen toch ongelukken van” en “je hebt toch een goeie fiets, wat is er daar nu verkeerd aan?”. Achteraf geef je ze gelijk natuurlijk, maar op dat moment was er eerder een hangende lip.

    Er volgden nog weinig ritjes, waardoor dit niet de mooiste herinnering werd. Het was de zomer van dat jaar, lang en heet en droog en naar gewoonte grotendeels in Frankrijk doorgebracht. De oogst kon bijna zonder onderbreking worden binnengehaald. Heet en droog betekende ook stof slikken – ik kroop nogal graag bij de chauffeur op de maaidorser – en van cabines met airco was er toen nog geen sprake. Wanneer we gerst afreden, bleef dat stof nog eens overal in de kleren prikken.

    Mijn voornaamste taak was met de tractor langs de maaidorser rijden om het graan te kunnen lossen in de kiepwagen. De tractor had wel al een cabine, maar geen airco en dus was het daar ook zweten. Tijdens de tussenpauzes zochten we wat schaduw aan de bosrand of onder de kiepwagen. Voor de verkoeling en de dorst kregen we flessen water die de avond ervoor in de diepvries werden gestopt en voorzien werden van een smaakje: zwarte bessenstroop of cassis in het lokale idioom. Op zich niet mijn favoriete smaak – in tegenstelling tot kardinaal Kir die het graag mengde met witte wijn en er zo een gekende aperitiefdrank van maakte – en omdat ik ze ook al had “moeten” plukken en ik dit een vervelend werkje vond, steeg dit niet in mijn achting. Maar het was heet en droog en dus smaakte het toch en komt die herinnering helemaal terug, telkens ik cassis proef. Als ik zou mogen kiezen welke zomer het wordt, dan zou ik die van 1976 prefereren.

    Hoewel, die van dit jaar komt toch erg in de buurt. Volgens wetenschappers staan dergelijke lange hete zomers ons meer en meer te wachten. Door het versneld afsmelten van de ijskappen aan de polen, wordt de straalstroom afgebogen en worden hogedrukgebieden geblokkeerd, zodat we in de zomer lange periodes van extreme droogte krijgen. Ik hoef maar naar het gazon te kijken om te geloven dat het waar is.

    Klimaatverandering… ik heb lang gedacht dat het een verhaal was dat ik ooit aan mijn kleinkinderen zou vertellen. Nee dus, hier en nu. We worden met zijn allen opgewarmd, en quasi elk jaar sneuvelen records. Water wordt bijwijlen een schaars goed en op andere momenten krijgen we er teveel ineens op dezelfde plaats. Opslaan en zuiniger mee omgaan dus, net als met energie.

    De verdere omschakeling naar hernieuwbare energie en de verdere elektrificatie van warmte en transport moet dus hoogdringend een tandje bijsteken. Dat vertaalt zich in ambitieuze doelstellingen voor elk land en elke regio en niet in defensieve strategieën en wachten tot de anderen het zullen doen.

    Onze beleidsmakers zouden eens zes weken op een tractor zonder airco moeten zitten tijdens een lange, hete zomer en zonder ijswater met cassis, in hun oortjes luisterend naar de rapporten van de wetenschappers die stellen dat niets doen of veel te weinig – zoals nu – resulteert in het naar de knoppen helpen van de toekomst van onze kinderen en kleinkinderen, zodat we het verhaal van die Flandria niet meer kunnen vertellen. Wellicht zouden ze dan wel met wat meer ambitieuze toekomstplannen afkomen, durf ik te hopen.

    Bart Bode

    VOGELTJE

    dinsdag, 26 juni 2018 08:50

    Ik weet niet of dit nu nog de gewoonte is, maar toen ik op school zat kregen heel wat leerkrachten een bijnaam, ook wel lapnaam genoemd. Merkwaardige lapsus, gezien Lap ook een bijnaam of scheldwoord is voor het Sami volk uit het hoge noorden. Zo heb ik twee Bananen gekend, een Dweil, de Kleine, de Matte, de Mustang, de Pijp, de Visoog, de Kattenkop, het Kinderkopje, de Jap, de Pette, de Lambik, de Kapstok, de Puit, de Kwek, de Flurk, de Slunse (een slordig geklede, meewarige broeder die voortdurend “Egidius waar bestu bleven, mi lanct na di, gheselle mijn. Du coors die doot, du liets mi tleven!” prevelde) en wellicht ben ik er nog enkele vergeten. Door het veelvuldig gebruik ben ik van heel wat docenten hun echte naam kwijt. De echt vunzige bijnamen vermeld ik hier echter bewust niet, men weet nooit wie dit allemaal leest.

    Bij mijn vader zaliger, eveneens leerkracht, vond men noch uiterlijk, noch karakterieel al te geprononceerde trekken, waardoor men (ja, wie was die men?) zijn toevlucht zocht in het toen gangbare muziekrepertorium. In het klassieke volksliedje “Daar zat een sneeuwwit vogeltje” begint de tweede strofe met “Wilt gij niet mijne bode zijn”. Redelijk ver gezocht en niet duidelijk zonder de gedateerde handleiding, maar al bij al schattig toch? Toen ik hem als tienjarige vroeg of hij op de hoogte was van zijn bijnaam, kreeg ik een zacht kneepje in de hand, als teken van “deze informatie is mij bekend, maar hoeft niet verder verspreid of onnodig herhaald te worden”, maar wellicht ook een signaal dat hij er niet ongelukkig mee was.

    Van vogeltjes gesproken. Zonder enige ornithologische ambitie en zonder uitdrukkelijke inspanningen, merk ik bij de sporadische observaties in de eigen tuin (type lang en smal, randstad, lintbebouwing, langs uitvalsweg) een toename van de biodiversiteit bij de avifauna. Uit het hoofd, op basis van de laatste maanden: koninkje, vink (weet niet welke precies), heggemus (joepie, de mussen zijn terug), koolmees, pimpelmees, merel, lijster, Turkse Tortel, houtduif, kauw, roek, ekster en in de lucht: kokmeeuw, zilvermeeuw, gierzwaluw. En natuurlijk onze kip, verwerkster van keukenafval en vaste leverancier van de nodige voorraad eieren. Toen de buren nog een vijver hadden, kwam eens een reiger op het dak van ons tuinhuis de waterplas bespieden. En enkele nachten geleden hoorde ik een uil, vermoedelijk een kerkuil. Toch al een mooie reeks, niet?

    Het valt mij op dat, naarmate het aandeel hernieuwbare energie groeit, ook de biodiversiteit (althans bij vogels) toeneemt. Sceptici die menen dat ik hier een grote elastiek gebruik om oorzaak en gevolg aan mekaar te binden, geef ik overmaat van gelijk, in de mate dat dit puur op het zicht is en op deze specifieke locatie wetenschappelijk gebrekkig onderbouwd. De waarnemingen zijn immers onvoldoende herhaald.

    Toch blijkt uit echt onderzoek dat, als we alle fossiele-energiecentrales vervangen door windparken we per jaar 70 miljoen vogellevens sparen! Menselijke activiteiten (gebouwen, verkeer, het houden van huiskatten, …) zijn verantwoordelijk voor 1,5 % van de vogelsterfte. Windturbines daarentegen slechts voor 0,00000075 % - of zoals ex wielrenner Alberto Contador enigszins lispelend zou zeggen: cero punto cero cero cero cero cero cero setenta y cinco por ciento.

    Terwijl we hopen dat onze beleidsmakers werk maken van een echt energieplan en ambitieuze klimaat- en energiedoelstellingen, kijken we ook uit naar de komende maanden als een periode waar we wat tijd vinden om te genieten van het kijken naar leuke vogeltjes, sierlijke windturbines en ander moois. Aan allen een welverdiende vakantie toegewenst!

    Bart Bode

    BEGELEIDING

    dinsdag, 29 mei 2018 16:08

    Een recent TV programma over de immense afvalberg in de Ghanese hoofdstad Accra deed mijn herinneringen aan deze stad weer opflakkeren. We schrijven 2008 en ik nam er deel aan de 12de UNCTAD conferentie.

    UNCTAD was ooit opgericht om de relaties tussen ontwikkeling, handel en investeringen op wereldniveau te bevorderen. De armslag van de organisatie werd voortdurend uitgehold, eerst door de GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) die zelf het resultaat was van een mislukte poging om een internationale handelsorganisatie (ITO) op te richten binnen de Verenigde Naties. Later kwam er toch een Wereldhandelsorganisatie (WTO), die op zijn beurt dan weer gedeeltelijk verzwakt werd door regionale handelsakkoorden – u weet wel, die overeenkomsten die jarenlang onderhandeld werden en nu door de huidige Amerikaanse president met een pennentrek – pardon, dikke stiftentrek – naar de proppenmand worden verwezen. Maar in 2008 was het toen nog interessant om deze Conferentie vanuit het perspectief van duurzame ontwikkeling bij te wonen.

    Gezien ik via de Federale Raad Duurzame Ontwikkeling deel uitmaakte van de Belgische officiële delegatie, bleek dat ik van het hotel naar de conferentieruimte (en terug) recht had op een escorte service. Nee, nee, dat is helemaal niet wat u denkt, maar een heuse begeleiding door gemotoriseerde politieagenten. Het voertuig waarin wij met onze politie-escorte verplaatst werden, had ook al wat last van bovenstaande uitholling van het prestige. Het betrof een redelijk aftandse bus die, te oordelen aan het vastgedraaide bestemmingsbord vooraan, een shuttlebus carrière achter de rug had naar de luchthaven (het vertrekpunt viel niet meer te achterhalen) en die binnenin wegens een lek behoorlijk penetrant naar airco vloeistof rook. De verplaatsing was te kort om daar helemaal high van te worden, maar voor ons speelden zich tijdens de rit meer hoogstaande taferelen af. De politie-escorte joeg alle voertuigen langs de kant met gebaren en fluitsignalen, en als de wagens niet snel opzij gingen, kregen ze een flinke tik van een politierijlaars in de flanken. De auto’s die ik door de voorruit (getooid met een sierlijke barst van linksonder naar rechtsboven) zag, waren quasi allemaal afkomstig van Belgische garages – te oordelen aan de stickers op de koffers – en waren wellicht bezig aan een derde of vierde carrière als vervoermiddel. De meeste waren ook iets pittoresker dan tijdens hun eerste leven – waarom moeten b.v. alle deuren per sé dezelfde kleur hebben? Enfin, afgezien van de walmende uitstoot en de zichtbaar creatieve oplossingen, reden ze nog – niet allemaal uitgelijnd, maar het ging vooruit. Vorig jaar nog had ik dit soort auto’s tijdens een event in de Antwerpse haven per abuis wrakken genoemd, terwijl dit duidelijk treffelijke occasies bleken te zijn.

    Los van al deze triviale details werden we in Accra dus veilig begeleid en konden we ons concentreren op de inhoud. En dat brengt me meteen terug in het heden. In de pers lezen we over het energiepact dat er zou voorzien worden in een soort begeleidingscomité, zeg maar een soort escorte service die er moet op toezien dat de transitie naar hernieuwbare energie de bevoorradingszekerheid en de betaalbaarheid van de energie in ons land niet in gevaar brengt. Op zich lijkt dit een zeer redelijke bepaling te zijn, die een aantal zekerheden kan inbouwen, zodat het licht niet uitgaat. Ik durf me uiteraard niet af te vragen of die begeleiding mutatis mutandis enige gelijkenis zal vertonen met mijn avonturen in Accra. De hernieuwbare energiesector is in volle expansie; er wordt een sterke industrie rond uitgebouwd, die o.m. het resultaat is van onderzoek en ontwikkeling en bijzonder performant en duurzaam is. Naast nieuwe spelers zetten de traditionele bedrijven zeer sterk en soms uitsluitend nog in op projecten met zon en wind voor elektriciteitsopwekking. Er wordt volop geïnvesteerd en er worden nieuwe, duurzame jobs gecreëerd. Onze bedrijven weten dus heel goed wat ze doen.

    Ik kan me inbeelden dat zo’n begeleidingscomité wat zal fluiten en druk gesticuleren en wie weet wel eens een schop zal uitdelen, maar of dat wel nuttig en nodig is blijft voor mij een open vraag.

    Bart Bode

    TUIN

    vrijdag, 27 april 2018 09:17

    Je kon er een tent bouwen en schommelen en in de zon liggen of het gras afrijden. Er hebben kippen gelopen en een konijn dat kale plekken in het gazon achterliet en hier en daar het begin van een pijpje maakte. Mijn eerste tuinherinneringen situeren zich uiteraard in de modeste tuin van het ouderlijke huis. Toen ik iets ouder werd en ik op vakantie mocht op de boerderij, werd de tuin groter en omvatte de omringende akkers en weilanden, waar ik ongestoord mocht rondstruinen in gezelschap van een herdershond. Soms kom ik daar nog eens langs gefietst. Wat toen ver en uitgestrekt leek, blijkt nu heel wat kleiner te zijn. De weilanden van toen zijn grotendeels gebleven, maar het vergezicht wordt nu versierd met mooie windturbines en de boerderij waar ik verbleef, is omgebouwd tot een indrukwekkende villa.

    Nog wat ouder, tijdens de zomers in Bourgondië, werd mijn tuingevoel nog verder uitgeweid en wisselden hectaren akkers af met blozende bossen en golvende heuvels.

    Het klinkt allemaal idyllisch en zeker als de zon schijnt is dat nog steeds zo. Tuinen zijn voor de mensen van oudsher een weerspiegeling van een ideale wereld, het scheppen van een oase, waar vleugjes stilte en rust kunnen geproefd worden. In de drukte van de stad vormen parken een welkome pauze. Zelfs balkonnetjes van enkele vierkante meter worden vaak herschapen tot een groen plantsoen. En tegenwoordig kan je zelfs een stadsmoestuin in enkele bakken, al of niet verticaal of horizontaal, opzetten.

    Het verlangen naar een tuin blijkt een oeroud verhaal te zijn. Een van de bekendste overleveringen gaat over een man en een vrouw die van iemand een appel kregen en die deelden (en toch waren het geen Nederlanders). Er zat blijkbaar iets raars in die vrucht, want nadat ze ervan gegeten hadden, bleken ze plots geen kleren mee aan te hebben en moesten ze in het groen op zoek naar wat bedekking. Maar het ergste was dat ze de tuin waarin ze verbleven, onmiddellijk moesten verlaten (een formule die nu ook door sommige TV programma’s wordt overgenomen). Waarheen, dat werd niet meer zo duidelijk omschreven en wie daarna verder voor de tuin zorgde, blijft ook vaag. Maar volgens dit verhaal zou dit de oorsprong zijn van het verlangen van zowat iedere mens naar een stukje tuin dat als eigen paradijs kan worden aangelegd.

    Er zijn over tuinen wellicht evenveel visies als er gaarden zelf zijn. Voor de ene moet het allemaal gazon zijn, liefst zo biljartvlak mogelijk, voor de andere kan het niet wild genoeg zijn. Er zijn immense kasteeltuinen – in Engelse, Moorse of Franse stijl – en magische minituintjes (b.v. naar Japanse traditie) waar zelfs de bomen petieterig zijn. Er zijn mensen die vinden dat elke morzel grond vrucht moet voortbrengen en voortdurend aan de slag zijn met tomaten, sla en prei. Tegenwoordig zijn ook vergeten groenten weer in, maar ik kan me even niet herinneren hoe die allemaal heten.

    Hoe dan ook, er zijn, naast grond en water, nog minstens twee elementen die onmisbaar zijn voor welke tuin dan ook: zon en wind. Zonder zon groeit er niets (ook voor kunstlicht heb je energie nodig) en zonder wind kunnen de bloemetjes en de bijtjes (hoe bijdehand ook) niets verstuiven. Een gezonde tuin gedijt ook het best onder zuivere lucht en in een stabiel klimaat.

    Als we dus van onze grootste tuin – onze planeet – opnieuw een aards paradijs willen maken, zullen we dit moeten doen met hernieuwbare energie. Doen we dat niet, dan wordt elke tuin – groot of klein – ooit een woestenij. Doen we dat wel, dan kan iemand dat koppel met die appel een stel kleren geven en laten weten dat ze mogen terugkomen, want alles komt weer goed.

    Ik vermoed dat dit wel nog enige tijd zal duren en er ondertussen nog wat onkruid zal moeten gewied worden, maar het loont de moeite en de volgende generaties zullen ons eeuwig dankbaar zijn.

    Bart Bode

    LENTE

    donderdag, 29 maart 2018 12:19

    Jammer dat het in het Frans, net zoals het Italiaanse La Primavera (ook de bijnaam van een gezapig fietstochtje tussen Milaan en San Remo), niet vrouwelijk is. Anders kon ik bij wijze van jeu de mot zeggen dat de lente dit jaar “assez lente” is.

    Zeker in die koude dagen, die dit jaar weer erg laat waren, groeide het verlangen naar het nieuwe seizoen. Dan wens je in het midden van de kilte dat je jezelf kan transponeren naar een tropisch eiland. Volop zonne-energie en warmte, het fruit dat van de bomen zomaar in je mond valt, zorgeloze dagen, zwoele nachten…

    Maar mocht ik ooit in de tropen wonen of op een plaats waar het altijd zomer is, dan zou ik de lente missen. Het is de tijd van belofte, van verlangen, van groei. De omgeving krijgt weer kleur, de eerste bloemen breken door (en kregen het dit jaar hard te verduren van de vorst) en aan de bomen komen de eerste knoppen piepen. Gelukkig zijn ze door de late winter niet teveel naar de knoppen. Ook de dagen verlengen - en in mijn lokale taal verlangen ze ook. Zelfs de mensen verliezen het grisaille dat de winter over hen drapeerde. Misschien is de lente wel mooier dan de zomer, omdat het verlangen naar iets nog sterker kan zijn dan de vervulling; de weg erheen mogelijks boeiender dan het einddoel.

    De lente staat ook voor de dynamiek van het leven. Mensen in de lente van hun leven staan niet stil bij het heden, want ze kijken volop naar de zomer. Lentemensen kijken vooruit, creëren toekomst, vertellen nieuwe verhalen en zijn doorgaans optimistisch. Optimisme is ook de enige optie om in het leven te staan, anders lig je alleen maar dood te gaan. Lentemensen gaan ook heel soepel om met verandering, omdat verandering hun drive is. In tegenstelling tot mensen van wie hun lente al een tijdje voorbij is (zowat de meest softe omschrijving van mensen wiens leeftijd ik benader en stilaan een plus krijgen bij alles), zijn lentemensen uit op verandering.

    Het valt me bij voorbeeld op dat lentemensen windturbines in een landschap doodnormaal vinden, terwijl sommige mensen van wie de enz…. voorbij is, dit als verstorend ervaren. Dat wil zeggen dat een aantal van die mensen van wie … is, de energieproductie voor de toekomstige generaties (maar ook al een heel pak voor het heden) hinderlijk vinden, terwijl die toekomstige generatie (voor zover die al in het heden is) die installaties allesbehalve storend vinden, integendeel.

    Dit is geen verwijt aan de mensen van wie hun … voorbij is (zoals gezegd kom ik daar ook in de buurt, al hoop ik nog op een eindeloze Indian Summer), want dit is een natuurlijke reflex. Hoe verder men van die lente weg groeit, hoe behoudsgezinder (bewarend, conservatief – zoals een blik erwtjes) men wordt. Het is toch goed zoals het is, en zoals het is, ben ik ermee vertrouwd, ken ik het systeem. Dus waarom veranderen?

    Een aantal jaren terug werd door de toenmalige beleidsmakers de “Lente van het Leefmilieu” georganiseerd, een brede conferentie over klimaat en energie, waarbij vele stakeholders betrokken werden. Diegene het meemaakten, halen dit af en toe nog eens boven. Dus moet dit wel betekenisvol geweest zijn. De energietransitie was al begonnen, maar die Lente van het Leefmilieu heeft daar mee een opstoot aan gegeven, zoals een warme lentedag de knoppen kan doen openbarsten.

    Ondertussen zitten we volop in die verandering; de oude vertrouwde zaken maken plaats voor nieuwe, ja meer complexe systemen. Lentemensen vinden dit geen bedreiging, maar net een prikkelende uitdaging. Net zoals ze zonnepanelen en windturbines in hun habitat doodnormaal vinden.

    Lente is een synoniem voor transitie. En als puntje bij paaltje komt, gaan we door die transitie van het fossiele naar het hernieuwbare energiesysteem meer kunnen bewaren dan wanneer we bij het oude blijven. Snap je?

    Bart Bode

    OCTOPUS

    maandag, 26 februari 2018 16:10

    Het gebeurde wel eens dat ik mocht gaan babysitten bij de buren. Ik zeg wel degelijk “mocht” en het was natuurlijk voor de kinderen van de buren, maar dat was iets om naar uit te kijken. Hun TV was groter dan de onze, ik kreeg chips en frisdrank aangeboden en de kinderen waren helemaal niet lastig, integendeel. Ik was maar een 5 à 6 jaar ouder dan zij en ik kan me geen vervelende situatie herinneren.

    Het was leuk om dergelijke buren te hebben. Er was een natuurlijke verbinding, die er al was voor zij hun huis bouwden en die vroeger diende om over ‘hun’ stuk grond de korte weg richting voetbalstadion te nemen. De opening in de omheining is nadien gebleven, als een stilzwijgende entente, maar vooral een zeer praktische oplossing wanneer we in elkaars tuin gingen spelen, wat meestal betekende dat zij bij ons kwamen omdat wij een schommel hadden. Ik mocht dan op mijn beurt vaak mee naar zee, waar zij een strandcabine hadden - en wij dus niet. Een stukje ideale wereld dus.

    Het was meestal op zaterdagavond – in die tijd gingen de mensen enkel in het weekend ergens heen – en nog een voordeel was dat ik zelf het programma kon kiezen. De kabel TV of distributie was toen net ingeburgerd, maar vooral ingegraven, zodat we al wat keuze hadden. (Ik krijg zo stilaan het gevoel dat de iets jongere lezers van deze rubriek zich zitten af te vragen of ik ergens in de Middeleeuwen geboren ben - kabel TV begot!). Enfin, mijn keuze viel nogal vaak op actiefilms – niet zo verwonderlijk gezien de leeftijd die ik toen had – à la James Bond, zoals Goldfinger of Octopussy (dat zou je in Hollywood vandaag ook niet meer als titel moeten kiezen).

    Dit alles kwam bij me op toen ik – nu niet meer via de kabel maar dankzij een router – de afleveringen van ‘Blue Planet II – the making of’ aan het streamen was (oef, ik bevind mij niet meer in de Middeleeuwen) en ik de beelden van de slimme octopus zag. De serie zelf is natuurlijk schitterend en geeft ons, naast prachtige beelden over de immense rijkdom van de oceanen, ook een ferme wake-up call over de gevolgen van de klimaatverandering. Je ziet de ijsbergen letterlijk wegsmelten, het grote koraalrif verdorren, zeedieren in plastiek verstikken. Dan denk je, OMG, waar zijn we mee bezig? Valt dit nog ooit te repareren?

    En dan ben ik nog meer overtuigd dat we met hernieuwbare energie goed bezig zijn om daar iets aan te doen. Dat komt er niet vanzelf, dat vraagt enorme inspanningen. Het zou meer dan de moeite lonen om van vele projecten eens een uitgebreide ’making of’ te maken. Voor wie zelf niet in de praktijk staat, is b.v. de aanblik van een windturbine een waarneming van een mast met een gondel en wieken, die door een bedrijf werd geplaatst en uitgebaat wordt en waarmee elektriciteit geleverd wordt. Zelf vind ik dat een prachtig beeld, maar ik weet dat daar diverse meningen over zijn.

    Maar net als bij een docu zoals Blue Planet, is wat je niet ziet ook bijzonder interessant: de hele ontwikkeling, het immense werk van uren, dagen, maanden, jaren om zo’n project gerealiseerd te krijgen; de bouw, de opvolging, het onderhoud. De frustratie als al dit werk voor niets is, wanneer er geen vergunning behaald wordt. De vreugde als dit wel lukt. Het zijn ongeziene inspanningen van mensen die, net zoals de cameraman, zelf nooit in beeld komen.

    Er is geen resultaat als er geen ’making of’ is. Doelstellingen worden niet gehaald zonder al dat ongeziene werk. Daarom, bij deze, een achtarmige hommage aan al die mensen die quasi nooit ’in the picture’ komen, maar er wel voor zorgen dat er zonneparken, windturbines, warmtenetten, enz… gerealiseerd worden, de projecten nauwkeurig opvolgen en die ongeziene, maar o zo belangrijke bijdrage leveren om hernieuwbare energie van theorie in praktijk om te zetten.

    Bart Bode

    SPROOKJE

    dinsdag, 30 januari 2018 10:46

    Op een zonnige wintermorgen, op de eerste dag van het nieuwe jaar… Het zou een perfecte openingszin kunnen zijn voor een mooi sprookje. Nu ja, mooi, ik heb u al eens eerder verteld dat sprookjes inhoudelijk niet altijd fraai zijn. Naar verluidt waren de oorspronkelijke verhalen van Andersen (nee, niet die van de brillenzaak) en de gebroeders Grimm effectief nogal grimmig (zou dat woord nu daar vandaan komen?). Men zegt dat het echte horrorverhalen waren, die later bewerkt werden voor kinderen, waarbij men zich genoodzaakt zag om er een happy end aan te breien, zodat er niet teveel nachtmerries veroorzaakt werden.

    Zelfs de meer recente bedenkers van kinderverhalen kunnen het niet laten om de nodige gruwel in het script te brengen. Disney laat het reetje Bambi helemaal weeskind worden, in de Leeuwenkoning verongelukt vader door het ingrijpen van een boze oom en in één of andere hondenfilm moet er per sé een Cruella opduiken. Wat bezielt die vertellers toch om kinderen te confronteren met al die wrede zaken? Is dit een amechtige poging om hen levenslessen mee te geven? Om hen diets te maken dat het leven vol gevaren zit en dat je blij mag zijn als je het überhaupt in de jungle van het dagelijks bestaan kunt overleven?

    Maar daar hebben we toch geen sprookjes voor nodig? Kijk de media er maar op na: het is elke dag een opluchting als je kind veilig op school aankomt. Als je geen torenkraan op je flat krijgt, er zich geen gasontploffing bij de onderburen voordoet en er geen boom op je auto waait, dan slaak je toch elk moment een zucht van verlichting?

    Oh, moet het met dieren misschien? Een hond die een hap uit een kind neemt, een kat die je de ogen uitkrabt of een meeuw die een gat in je hoofd pikt? Je vindt het allemaal in het dagblad naar keuze!

    Naya de wolvin is in het land en ze heeft reeds enkele schapen opgepeuzeld. Gevolg: groot dilemma voor Gaia: wiens kant nu te kiezen? Gelukkig komt er dan net iemand vertellen dat we echt niet bang moeten zijn en dat de wolf niet boos is en dat het in feite de schuld is van Roodkapje dat we angstig naar de tracker kijken om te weten waar Naya zich nu bevindt.

    Fijn, ik wil dit gerust aannemen, maar waarom hebben we dan al die sprookjes verteld? En waarom spreken we dan nog steeds van een sprookjeskasteel of een sprookjeshuwelijk? Een mens begint zich gelukkig te prijzen dat je dit niet hoeft mee te maken.

    Het is een jaar of zeven geleden, in de tijd dat deze blogreeks het leven zag, dat we aangekeken werden alsof we het onderscheid niet meer konden maken tussen de realiteit en een sprookje. We vertelden toen namelijk dat honderd procent hernieuwbare energie mogelijk was, zo ongeveer tegen 2050. We hadden dat niet zelf uitgevonden, maar pure plagiaat gepleegd en ons gebaseerd op wetenschappelijke studies. Op dat moment bleek dat een gevaarlijke keuze te zijn, want we liepen het risico te belanden bij de categorie charlatans die enkel in Fantasialand voorkomen.

    En hier keer ik terug naar het begin: op een zonnige wintermorgen, op de eerste dag van het nieuwe jaar… (en nu loopt het verhaal verder) … werd het elektriciteitsverbruik in een groot, zwaar geïndustrialiseerd land – een economische reus zeg maar – voor honderd procent bevoorraad door hernieuwbare energie (NVDR: in Duitsland op 1 januari 2018). Ik hoor onmiddellijk de honende opmerking dat het een feestdag was en dat er dus een minimaal verbruik was, en nog wat van die argumenten, waarmee ik honderd procent akkoord ga (denkt u misschien dat ik in sprookjes geloof?). En dan hebben we het hier nog maar enkel over elektriciteit…

    Alleen was het de bedoeling om het hele verhaal pas over pakweg dertig jaar te vertellen en niet als een sprookje van één dag, maar als een onweerlegbaar feit. Wat het zal worden, als men tenminste het lef heeft om de juiste beslissingen te nemen.

    Bart Bode

    BROL

    vrijdag, 22 december 2017 11:03

    Naar het einde van het jaar toe worden telkens weer allerlei lijsten opgesteld. Ik heb het niet over deurlijsten of broeklijsten, maar over lijsten zoals jaaroverzichten, de beste sporter, voetballer, wielrenster, de mooiste 100 of 1000 liedjes, Vlaams of Belgisch of tout court alle muziek. Wie daar volgens mij steevast in ontbreekt, is Willem Vermandere met zijn ballade: “de wereld zit vol met onnozele brol”.

    Akkoord, muzikaal is Mozart een groter genie. En toegegeven, tekstueel is Tennyson veel virtuozer. Denk maar aan zijn wondermooie versie van het verhaal van The Lady of Shalott, dat niet over een soort ajuinen gaat, maar over een dame die de wereld en haar geliefde alleen via een spiegel mag bekijken. Dit literaire meesterwerk wordt ook vandaag nog door Loreena McKennitt bezongen. Het situeert zich in de sfeer van de Koning Arthur legendes; de geliefde van de dame is natuurlijk Lancelot en het drama speelt zich af nabij het kasteel Camelot. En toevallig is kamelot in de taal van Vermandere een synoniem van brol. De cirkel is rond.

    Het is de boodschap van Vermandere die ik essentieel vind: we zitten gewoon met veel te veel brol op onze aardbol. In onze havens worden dagelijks duizenden containers gelost, afkomstig uit vele uithoeken van deze wereld. Deze containers worden vervolgens over de weg naar hun bestemming vervoerd, waarbij de inhoud – nadat die b.v. in een sorteercentrum werd uitgeladen en geselecteerd op nog een tussenbestemming of het eindadres – in een aangepast vervoermiddel nog eens wordt getransporteerd en – na uren in de file gestaan te hebben – eindelijk wordt afgeleverd, om daarna gretig door de bestemmeling uit een enorme hoeveelheid verpakking te worden gehaald. En als het de verkeerde bestelling is, moet laatstgenoemde opnieuw naar de website “brol.com” en kan de hele reutemeteut opnieuw beginnen, desnoods tot in China, waar het bruto nationaal product verder floreert met elke bijkomende bestelling. En ja (ootmoedige bekentenis), ik doe daar ook al eens aan mee. Soms wil een mens al eens tot een massa behoren…

    De gevolgen zijn niet gering: onze wegen staan vol, onder meer met bestelwagens vol onnozele brol; onze oceanen zitten vol plastic, grotendeels afkomstig van die onnozele brol; grondstoffen raken uitgeput door het maken van…

    Maar daar hebben we het volgende op gevonden: we zorgen dat we zoveel mogelijk recycleren en opnieuw gebruiken, zodat we de aarde niet verder uitputten en we kunnen spreken van een circulaire economie.

    Akkoord, dit is een meer dan eerbaar doel en we moeten absoluut voor een maximale recyclage gaan, maar dat alles vraagt de nodige energie. En als we de cirkel echt willen sluiten, dan kan dat enkel met hernieuwbare energie. En ook al is het hernieuwbare energie, dat betekent niet dat we daar minder efficiënt moeten mee omgaan. Zo niet komen we in een Kerstboomdilemma: omdat het led lichtjes zijn, hangen we er tweehonderd i.p.v. twintig en verbruiken we uiteindelijk toch niet minder.

    Hmm (ootmoedige toegeving), ik ben wat aan het doordrammen. Duidelijk het gevolg van een tekort aan zonlicht in deze wel erg sombere december. Behoefte aan een nieuw jaar, met meer fotonen en een frisse wind – liefst zoveel mogelijk. Goede voornemens maken en nieuwe lijstjes opstellen, met te schrappen: zoveel mogelijk onnozele brol.

    Bart Bode

    VERHUIS

    dinsdag, 28 november 2017 12:18

    Toen we net gehuwd waren – dat was toen namelijk in de mode – woonden we in wat doorgaans een arbeidswoning wordt genoemd. Je weet wel: twee plaatsjes, een keuken en een kot, een koertje en een tuintje. Het leuke was dat het huisje aan het Brugse voetbalstadion lag, waarbij op zondag (of zaterdagavond of woensdagavond) de ruiten trilden (het was nog enkel glas) als er gejuicht werd voor een doelpunt. We konden mee genieten van de aroma’s van het worstenkraam dat net voor de deur werd neer gestald, van de sfeer rondom het gebeuren (zolang dat niet gepaard ging met supportersgeweld), van de stroom mensen die wees naar waar het te gebeuren stond en die je het gevoel gaven dat je er bij moest zijn. Het was toen doorgaans nog een vredig, volks evenement en je kon het stadion bij de aanvang van de tweede helft zelfs gratis binnenwandelen om er een staanplaatsje zoeken.

    Naast dit onbetaalbare voordeel, was zowat alles in het huisje binnen handbereik. Gezeten aan de keukentafel konden we in de kast en de koelkast en konden we na afloop van de maaltijd de vaat zo op het aanrecht zetten. Tot daar de romantiek van het gebouw (de overige romantiek behoort geheel tot de privésfeer en daar heeft u dus, hoe nieuwsgierig u ook zou kunnen zijn, in het geheel geen zaken mee). Van de eigenaar kregen we jaarlijks 100 Belgische frank (u leest het wel degelijk correct) om het houtwerk buiten te schilderen. In de drie jaar dat we er woonden heb ik daarmee telkens twee ramen kunnen doen. In het tuintje hadden we kippen gekweekt, die we daarna amper durfden slachten omdat er een persoonlijke band was gegroeid tussen ons en de hoenders, zodat we ons éénmaal per week afvroegen of we nu Marietje of Zenobie aan het opeten waren. We hadden er, ondanks de zandgrond, zelfs een moestuintje, waarvan we de karige opbrengst niet mochten opeten omdat er dat jaar een ramp was gebeurd in Tsjernobyl en de weerman (ja, nog altijd dezelfde Frank) ons ten stelligste afraadde om de schamele productie in persoonlijke consumptie om te zetten.

    We verwarmden ons – ik durf het haast niet te zeggen, maar ja, iedereen heeft een jeugdzonde – met steenkool en er was ook een Leuvense stoof, waar een bezoekster eens de helft van haar sokken heeft laten aan kleven, omdat ze haar koude voeten wou warmen.

    Soms passeer ik nog eens langs dat huisje. Het is ondertussen niet langer een huurhuis en de nieuwe eigenaars hebben er een mooi geveltje van gemaakt – vermoedelijk degelijk geïsoleerd – en zijn er mooie ramen met dubbel glas en wordt het hopelijk verwarmd op een meer duurzame wijze. En dan heb ik even heimwee, maar dat gaat snel over, want het blijft wel erg klein en het tuintje zal wellicht nog grotendeels een zandbodem zijn en Marietje en Zenobie zijn toch dood en opgegeten.

    Na drie jaar zijn we dan verhuisd naar een eigen woning, waar we in de loop der jaren het dak en de muren geïsoleerd hebben, nieuwe ramen met dubbel glas aanbrachten, koterijen hebben afgebroken en – noblesse oblige – zonnepanelen en een zonneboiler lieten installeren. Er zijn nieuwe kippen, voor de eieren en om het keukenafval te verwerken en om naar hartenlust te scharrelen. De moestuin is verdwenen onder het bouwsel van mijn zoon, maar misschien begin ik – als ik ooit eens vijf minuten tijd heb – aan een nieuwe, tenzij er weer een boze wolk komt.

    Na al deze private ontboezemingen wil ik u ook meedelen dat, mocht u het nog niet vernomen hebben, we met ODE ook verhuizen. Naar een gebouw dat energetisch veel beter is dan het oude en waar er ruimte is om degelijk te vergaderen. U mag u dus verwachten aan een stroom van mensen die wijzen naar waar het te gebeuren staat en die je het gevoel zullen geven dat je er bij moet zijn. De inkom is gratis, dus je hoeft niet te wachten tot de tweede helft om binnen te komen. En we zorgen voor een zitplaats en een goede sfeer, waar we verder kunnen werken aan meer, veel meer hernieuwbare energie.

    Bart Bode

    HIER EN NU

    maandag, 30 oktober 2017 15:26

    Ik heb even geaarzeld om voor deze titel de Latijnse vertaling te gebruiken. Niet uit plotse pedanterie, maar omdat hic et nunc nu eenmaal zoveel gebiedender klinkt. Omdat je daaronder het mêlee voelt van talloze legioenen, ritmisch opgedeeld in cohorten, manipels en centuries en volgens de linies verdeeld in jongeren (hastati), mannen in de bloei van hun leven (principes) en achterin de veteranen (triarii).

    Omdat je daarbij de geurenmix kan ruiken van dampende paarden, ongewassen lijven met het zweet van angst of glorie, opgepoetste borststukken en geoliede zwaarden, vertrappeld gras, aangekoekte modder en vers gegraven aarde. Omdat dit zoveel beslissender klinkt, de impact zoveel groter kan zijn.

    Nee, dit is geen verheerlijking van de Romeinse tijden en ik weet ook dat één Obelix volstaat om dat hele zaakje allemaal in mekaar te rammen, om daarna triomfantelijk de helmen te verzamelen. Het gaat enkel om een taalgevoel, Fingerspitzengefühl zoals ons Mutti zou zeggen.

    Hier en nu doet me eerder denken aan een tijdschrift inzake literatuur, over de Rederijkers, de Romantici of zo. Hic et nunc is een bevel, dat je kan blaffen, waar je onmiddellijk beweging mee veroorzaakt. En daar gaat het in essentie over.

    Er zijn twee terreinen, die met elkaar verbonden zijn, waarbij onmiddellijke actie nodig is. Zowat elke week krijgen we duidelijke signalen dat we ons inzake klimaatverandering geen verder uitstel kunnen permitteren. Stormen worden heviger, net als bosbranden, extreme droogte en overvloedige regenval komen steeds meer voor. Zelfs het IMF – niet direct de falanx voor klimaatactie – spreekt over roosteren. Onze aarde is in groot gevaar, en daarmee ook de huidige en toekomstige bewoners. We zitten al de hele tijd in het rood, maar we blijven zitten als de kikkers in het opwarmende water. Er is het bijna georganiseerde tijdverlies van discussies tussen ontkenners, die de klimaatfenomenen toeschrijven aan enkel al of niet cyclische natuurverschijnselen, en overtuigden die de feiten onder ogen zien. We hebben echt geen tijd meer voor dergelijke debatten. Doortastende actie hic et nunc kan in deze materie niet bevelend genoeg klinken.

    Het andere terrein is onze energievoorziening. Hoe duurzamer we die maken, hoe beter voor het klimaat. Met energie-efficiëntie en hernieuwbare energie kunnen we ook onze verwarming en ons transport verduurzamen. Geopolitieke conflicten zijn zeer nauw verbonden met energiebronnen; ook daar kan dit effect ressorteren.

    Zoals het steentijdperk niet opgehouden is omdat er geen stenen meer waren, zo hoeft het fossiele tijdperk niet te eindigen met de uitputting van die bronnen. Hier en nu betekent dat we zo snel mogelijk stoppen met fossiele brandstoffen boven te halen. In feite mag er vanaf vandaag geen enkel brok steenkool meer bovengehaald worden. De mijnwerkers scholen we om, want de werkgelegenheid in de hernieuwbare energiesector is vele malen groter.

    Het Belgische energiebeleid, in tegenstelling tot wat in de eigen gewesten gebeurt, blinkt uit in aarzeling. Het argument van de kostprijs is achterhaald: windenergie b.v. is vandaag de goedkoopste vorm van nieuwe energie opwekking. Om de federale aarzeling te verdoezelen, wordt er nog even een krakkemikkige burgerconsultatie georganiseerd. Een fundamentele energievisie, die omgezet wordt in een effectief en efficiënt energiebeleid moet inderdaad gedragen worden van onderuit – maar elke peiling wijst uit dat een zeer grote meerderheid al lang hernieuwbare energie wil. Dus moet van bovenuit ook durven beslist worden om de keuze voor de volledige transitie naar hernieuwbare energie zo snel mogelijk te maken. Elk uitstel hierover is quasi misdadig ten opzichte van de volgende generaties, de hastati van morgen. Bijgevolg zetten we al onze legioenen in voor hernieuwbare energie, hic et nunc!

    Bart Bode

    Pagina 1 van 9
  • Latest 100