Nieuwsbrief

Nieuwsbrief
  1. Ongeldige invoer
  2. Ongeldige invoer
  3. Ongeldige invoer
  4. Beveiligingscode Ongeldige invoer

 

 

WNVL logo VL 143x80 dpi zondertekst

ODE header nieuw

 

SNOTGURG

donderdag, 30 maart 2017 14:40

Wie gewoon is om sprookjes voor te lezen, weet dat daar nogal wat schokkende zaken in gebeuren: moord door vergiftiging (Sneeuwwitje), opgegeten door een wolf (Roodkapje en in een ander verhaal zelfs zeven geitjes), kinderen die opgesloten worden (Hans en Grietje) of drie biggetjes waarvan er maar één weet hoe je duurzaam moet bouwen.

Gelukkig loopt het naar het einde van het verhaal wel meestal goed af. Zoals de meeste kinderen smulde mijn dochter ook van al die lekkere fictie. Maar het mocht nog gruwelijker: in het boek “De Kabouter” van Rien Poortvliet had ze een vreselijk creatuur ontdekt, dat de meest wrede methodieken uitvond om kabouters het leven zuur te maken, zoals ze tegen een slijpsteen houden of ze door een vleesmolen draaien: de snotgurg.

Dat schepsel stond bovendien paginagroot afgebeeld, en dat bestudeerde ze zo lang tot ze huiverend het boek dichtsloeg, even moest bekomen en het daarna niet kon laten om dit ritueel nog eens te herhalen. Ik ben er zeker van dat deze ervaring aan de basis ligt van haar latere keuze om criminologie te gaan studeren.

Gezien ik de taak opgenomen had om – op de avonden dat ik rond dat uur thuis was – de kinderen in bed te stoppen, wou ik na een flinke dosis van steeds weer dezelfde verhalen wel eens een alternatieve versie vertellen. Zo hielp Sneeuwwitje de boze stiefmoeder het hoekje om, legden Hans en Grietje de heks op de barbecue en at grootmoeder samen met de zeven geitjes de wolf helemaal op. De kinderen vonden dat zo hilarisch dat ze op de duur alleen nog de verkeerde versie wilden horen, zodat dit opnieuw tot herhaling leidde. En toen zij en ik dat (jaren later) ook beu werden, konden ze ondertussen zelf lezen. Ik moet dus wachten op de volgende generatie om mijn talenten op dat vlak nog eens te kunnen botvieren.

Ondertussen mag ik in de wondere wereld van de energie ook heel wat verhalen aanhoren, de ene versie al alternatiever dan de andere. In 2012 verscheen een studie over het behalen van 100% hernieuwbare energie in 2050, in de volksmond ook de “Backcasting studie” genoemd. Dit rapport werd opgesteld door VITO, ICEDD en het Federaal Planbureau – niet onmiddellijk instituten die fabeltjes produceren – en gaf aan dat het inderdaad mogelijk is om die 100% hernieuwbare energie te verwezenlijken. Volgens de enen een degelijke roadmap voor een toekomstgericht energiebeleid, volgens anderen een sprookje dat bovendien heel veel geld zou kosten. Dat laatste staat trouwens in het rapport zelf te lezen, naast de opmerking dat het uitstellen van beslissingen nog meer geld zou kosten. Omdat de argumentatie van dit rapport zo stevig bleek als het huis van het derde biggetje, besloten de anderen om de Backcasting studie dan maar diep onder de grond te stoppen.

Sedertdien zijn er heel wat andere studies gepubliceerd, die een aantal elementen uit de Backcasting studie bevestigen en andere elementen nuanceren. Variaties op één thema, waarbij het tijdstip of het percentage of de scope vanuit een andere invalshoek worden behandeld, maar de essentie blijft dezelfde: we moeten in Europa zo snel mogelijk naar zoveel mogelijk hernieuwbare energie.

Ondertussen worden er allerlei processen opgezet om tot een energievisie en een energiepact te komen. Dat zijn bijzonder lovenswaardige initiatieven en hopelijk komt men daar snel tot een stevig resultaat. Daarbij loont het absoluut de moeite om de diverse scenario’s over de transitie naar hernieuwbare energie grondig door te nemen. Ik kan iedereen geruststellen: het zijn geen sprookjes en er zit geen snotgurg tussen. U zult dus geen enkele van die werken huiverend dichtslaan, maar eerder geneigd zijn om hier en daar iets opnieuw te lezen, wetende dat op het einde toch alles goed komt.

Bart Bode