• Limetorrents
  • Nieuwsbrief

    Nieuwsbrief
    1. Ongeldige invoer
    2. Ongeldige invoer
    3. Ongeldige invoer
    4. Beveiligingscode Ongeldige invoer

     

     

    WNVL logo VL 143x80 dpi zondertekst

    ODE header nieuw

    België in Europese kopgroep bouw windenergie

    dinsdag, 13 februari 2018 15:59

    In 2017 werd in Europa een record van 15,7 GW bijkomende windenergie capaciteit gebouwd, volgens de vandaag gepubliceerde jaarcijfers van WindEurope, de Europese windenergie organisatie waartoe ook de Vlaamse Windenergie Associatie VWEA behoort.

    Het aantal nieuwe windparken ligt 20% hoger dan wat in 2016 werd gebouwd en overschrijdt daarmee het vorige record van 2015, dat op 12,8 GW lag. De windcapaciteit op land groeide met 12,5 GW en op zee met 3,1 GW. Zeven EU lidstaten telden een recordjaar in nieuwe windenergie installaties: Duitsland (6,6 GW), het Verenigd Koninkrijk (4,3 GW), Frankrijk (1,7 GW), Finland (577 MW), België (476 MW), Ierland (426 MW) en Kroatië (147 MW).

    Wind bedroeg 55% van alle nieuwe elektriciteitsopwekkingsinstallaties in 2017. Hernieuwbare energie nam in de EU nagenoeg alle nieuwe stroominstallaties voor zijn rekening in 2017: 24,1 GW op een totaal van 28,5 GW.

    Windenergie in Europa heeft nu een totaal geïnstalleerde capaciteit van 169 GW: 153 GW op land en 16 GW op zee (offshore). Duitsland blijft het land met de grootste capaciteit aan windenergie (56 GW), gevolgd door Spanje (23 GW), het Verenigd Koninkrijk (19 GW) en Frankrijk (14 GW). Met een aandeel van 18% blijft wind de tweede grootste vorm van stroomopwekkingscapaciteit in Europa en nadert zo op aardgas als krachtbron. Windenergie produceerde 336 TWh in 2017, goed voor 12% van de elektriciteitsvraag in Europa. In Duitsland leverde windenergie 20%, in Denemarken 44%, en in Ierland en Portugal 24% van het elektriciteitsverbruik.

    Volgens WindEurope zijn de vooruitzichten in Europa ondanks de recordcijfers minder rooskleurig. De voornaamste oorzaak is de onduidelijkheid in de ambities van regeringen inzake hernieuwbare energie na 2020. Landen moeten nu reeds klaarheid scheppen over hoeveel windenergie ze in de toekomst willen. Duidelijke plannen zorgen voor de nodige impulsen voor de windsector, zodat er verder kan ontwikkeld worden. Dit zorgt bovendien voor een bijkomende kostendaling en weten netbeheerders dat ze hun infrastructuur verder kunnen uitbouwen.

    In het kader van het Belgische Energiepact 2030 stelt VWEA dat de al gebouwde windcapaciteit moet verdubbelen. “Bij constant beleid is dat een realistische ambitie”, stelt Bart Bode, directeur van VWEA, “zeker omdat nieuwe windturbines veel krachtiger zijn dan de types turbines die we de voorbije 10 jaar bouwden. In 2015 bouwden we in Vlaanderen 85 turbines met een totaal vermogen van 205 MW, in 2017 bouwden we 80 turbines, maar met een totaal vermogen van 226 MW”, verklaart Bart Bode. De sector staat klaar om haar bijdrage aan de Belgische en Europese energietransitie verder te realiseren.

     

     

    In 2017 werden in Vlaanderen 80 nieuwe windturbines bijgebouwd, samen goed voor een bijkomend vermogen van 226 MW. Het totaal geïnstalleerd vermogen aan windenergie bedraagt nu 1148 MW, t.o.v. 922 MW eind 2016. Dit is een goed resultaat, dat mee te danken is aan het uitgestippelde beleid. Wanneer men dit beleid handhaaft en hindernissen wegwerkt, zijn de doelstellingen van het Energiepact haalbaar, stelt de windenergiesector.

    Dit jaar zijn er in Vlaanderen 80 windturbines bijgekomen, met een vermogen aan 226 MW, wat het totaal vermogen aan windenergie in Vlaanderen op 1148 MW brengt. VWEA stelt vast dat het beleid dat de Vlaamse regering in 2000 uittekende, ook werkt in de praktijk. Windparken zijn gebouwd waar de regelgever ze voorzien heeft: vooral in haven- en industriegebieden en langs lijninfrastructuren, zoals autowegen.

    In het kader van het Energiepact 2030 is de vraag is of we de komende 13 jaar beter kunnen doen dan de voorbije 10 jaar. De al gebouwde capaciteit op land moet verdubbelen. “Bij constant beleid is dat een realistische ambitie”, stelt Bart Bode, directeur van VWEA, “zeker omdat nieuwe windturbines veel krachtiger zijn dan de types turbines die we de voorbije 10 jaar bouwden. In 2015 bouwden we 85 turbines met een totaal vermogen van 205 MW, in 2017 bouwden we 80 turbines, maar met een totaal vermogen van 226 MW”, verklaart Bart Bode. De sector staat klaar om haar bijdrage aan de Belgische energietransitie verder te realiseren.

    Cruciaal daarbij is niet alleen een gezonde portie ambitie en de handhaving van het huidige beleid, maar ook het wegwerken van onnodige belemmeringen. Zo verwacht VWEA dat beperkingen omwille van luchtvaart binnenkort versoepelen. “We merken een bereidheid bij alle bevoegde autoriteiten inzake luchtvaart om de problematiek ernstig te nemen”, stelt Bart Bode. Het overleg hierover moet dan ook op korte termijn resultaten opleveren.

    Bij de provinciale opdeling van de groeicijfers valt op dat er in West-Vlaanderen dit jaar niets gebouwd is. “Er moet snel een oplossing komen voor de luchtvaartbeperkingen in Koksijde en Oostende”, vindt VWEA. Ook in Vlaams-Brabant is luchtvaart de grootste belemmering. De groei in Antwerpen en Oost-Vlaanderen situeert zich vooral in havengebieden, waar het potentieel verder wordt uitgebouwd. In Limburg stagneert de toename in 2017 tegenover het jaar daarvoor. VWEA pleit ervoor dat lokale mandatarissen het besliste Vlaams beleid ook effectief uitleggen aan de bevolking. “Die gemotiveerde medewerking is cruciaal voor de verdere versterking van het lokale draagvlak ”, aldus nog Bart Bode.

    Meer informatie (met figuren) vindt u in dit document.

    IKEA lanceert vandaag zonnepanelen in haar Belgisch aanbod. De sector vindt het positief dat IKEA nu ook mee aan de kar trekt van de hernieuwbare energie. Het toont hoe zonne-energie een matuur product is geworden, waar zowel de klant als de lokale arbeidsmarkt wel kunnen bij varen. Het is daarbij belangrijk dat IKEA maatwerk biedt, via een netwerk van lokale installateurs. Een installatie plaatsen is immers geen gestandaardiseerd ‘commodity product’ maar een dienst.

    Fedelec, de federatie van elektrotechnische ondernemers en PV-Vlaanderen, de sectorvereniging voor fotovoltaïsche zonne-energie raden burgers aan om ook offertes te vragen bij verschillende lokale installateurs. Bij het vergelijken van offertes let de klant best op de garantie, de dienst na verkoop, verzekeringen, veiligheid en de persoonlijkheid van de aanpak. Kris Van Dingenen, adjunct-directeur van Fedelec: “Een PV installatie is nooit standaard en varieert naargelang de specifieke situatie van het dak. Voor een nauwkeurige en correcte beoordeling moet een professionele installateur ter plaatse komen die alle factoren in rekening brengt.” Het is ook belangrijk dat de aanbieder duidelijke garanties geeft voor de bescherming van de consument en zelf de verantwoordelijkheid neemt voor de kwaliteit van de installatie en van het uitgevoerde werk. Deze verantwoordelijkheid contractueel bij een onderaannemer leggen die geen marge kan nemen, is al te gemakkelijk. De kans is reëel dat die het jaar daarop al niet meer bestaat.

    Bram Claeys, Algemeen directeur van de Organisatie Duurzame Energie onderlijnt: “Door hun schaalgrootte bereikt Ikea een breed publiek bij wie ze het draagvlak voor zonnepanelen en hernieuwbare energie kunnen vergroten. Om dit draagvlak te vergroten is het wel belangrijk dat IKEA een persoonlijke aanpak en voldoende garanties aanbiedt.”

    De uitdaging voor 2020 is duidelijk: rijd de kloof met de doelstelling voor hernieuwbare energie zo veel mogelijk dicht met productie in Vlaanderen. Minister Tommelein trekt in het vandaag geactualiseerde Energieplan voor 2020 terecht de kaart van meer zon en wind. ODE Vlaanderen roept hem op ook nog harder in te zetten op groene warmte: meer warmtepompen, lokale biomassa en zonneboilers kunnen helpen om de “onbestemde” kloof te dichten.

    Het is goed om vandaag geactualiseerde cijfers op tafel te hebben. ODE Vlaanderen adviseerde in 2016 op het toen voorliggende energieplan te kiezen voor een scenario met meer wind en zon, en wees op het grote potentieel voor groene warmte. ODE directeur Bram Claeys: “We zijn tevreden dat de Vlaamse regering ons vandaag alvast gedeeltelijk volgt in deze aanbeveling. Ze kiest voor een scenario met meer groene stroom uit wind en zon. Groene warmte uit lokale biomassa en warmtepompen blijft aan de andere kant status quo, of vermindert zelfs licht.”

    Voor de sector ligt hier een kans voor extra groei. Via individuele warmtepompen en biomassaketels of collectieve warmtenetten kan Vlaanderen een stuk van de achterstand op het engagement inhalen. Zo produceert bijvoorbeeld een combinatie van 55.000 extra residentiële warmtepompen en 120.000 extra PV-installaties voldoende energie om de kloof te dichten. Alleen zal dat natuurlijk niet vanzelf lukken.

    De Vlaamse regering keurde twee weken geleden technische correcties van het Energiebesluit goed die investeringen in middelgrote PV projecten en wind zullen vergemakkelijken. Het vergemakkelijkt derde partij financiering van zonneprojecten voor bedrijven die zelf niet wensen te investeren in PV op hun dak. Bart Bode, directeur van de Vlaamse Wind Energie Associatie bij ODE stelt dat het voor windenergie zaak was om een lijn te trekken in de diverse afschrijvingsperiodes die in het verleden werden gehanteerd. “Belangrijk daarbij is dat de steunhoogte ervoor zorgt dat gebouwde windparken voldoende rendabel blijven bij verlengde uitbating. In de toekomst zal dit probleem zich niet meer stellen, omdat de wijzigingen van het besluit de steunduur en afschrijvingsperiode op 20 jaar vastleggen.”

    Het pad van een projectontwikkelaar in hernieuwbare energie ligt bezaaid met massa’s obstakels. Het soort punctuele maatregelen uit het recente energiebesluit helpt om het pad te ruimen en de doelstellingen in het plan dichterbij te brengen. Bram Claeys: “We blijven ondertussen wel wat op onze honger zitten om de lange termijn omslag echt in te zetten. We rekenen op de energieministers van de drie gewesten en de federale regering om volgende week naar buiten te komen met een duidelijke Belgische energievisie, aangevuld met structurele maatregelen zoals een verschuiving van de lasten van elektriciteit naar aardgas en stookolie.”

     

     

    De uitdaging voor 2020 is duidelijk: rijd de kloof met de doelstelling voor hernieuwbare energie zo veel mogelijk dicht met productie in Vlaanderen. Minister Tommelein trekt in het vandaag geactualiseerde Energieplan voor 2020 terecht de kaart van meer zon en wind. ODE Vlaanderen roept hem op ook nog harder in te zetten op groene warmte: meer warmtepompen, lokale biomassa en zonneboilers kunnen helpen om de “onbestemde” kloof te dichten.

    Het is goed om vandaag geactualiseerde cijfers op tafel te hebben. ODE Vlaanderen adviseerde in 2016 op het toen voorliggende energieplan te kiezen voor een scenario met meer wind en zon, en wees op het grote potentieel voor groene warmte. ODE directeur Bram Claeys: “We zijn tevreden dat de Vlaamse regering ons vandaag alvast gedeeltelijk volgt in deze aanbeveling. Ze kiest voor een scenario met meer groene stroom uit wind en zon. Groene warmte uit lokale biomassa en warmtepompen blijft aan de andere kant status quo, of vermindert zelfs licht.”

    Voor de sector ligt hier een kans voor extra groei. Via individuele warmtepompen en biomassaketels of collectieve warmtenetten kan Vlaanderen een stuk van de achterstand op het engagement inhalen. Zo produceert bijvoorbeeld een combinatie van 55.000 extra residentiële warmtepompen en 120.000 extra PV-installaties voldoende energie om de kloof te dichten. Alleen zal dat natuurlijk niet vanzelf lukken.

    De Vlaamse regering keurde twee weken geleden technische correcties van het Energiebesluit goed die investeringen in middelgrote PV projecten en wind zullen vergemakkelijken. Het vergemakkelijkt derde partij financiering van zonneprojecten voor bedrijven die zelf niet wensen te investeren in PV op hun dak. Bart Bode, directeur van de Vlaamse Wind Energie Associatie bij ODE stelt dat het voor windenergie zaak was om een lijn te trekken in de diverse afschrijvingsperiodes die in het verleden werden gehanteerd. “Belangrijk daarbij is dat de steunhoogte ervoor zorgt dat gebouwde windparken voldoende rendabel blijven bij verlengde uitbating. In de toekomst zal dit probleem zich niet meer stellen, omdat de wijzigingen van het besluit de steunduur en afschrijvingsperiode op 20 jaar vastleggen.”

    Het pad van een projectontwikkelaar in hernieuwbare energie ligt bezaaid met massa’s obstakels. Het soort punctuele maatregelen uit het recente energiebesluit helpt om het pad te ruimen en de doelstellingen in het plan dichterbij te brengen. Bram Claeys: “We blijven ondertussen wel wat op onze honger zitten om de lange termijn omslag echt in te zetten. We rekenen op de energieministers van de drie gewesten en de federale regering om volgende week naar buiten te komen met een duidelijke Belgische energievisie, aangevuld met structurele maatregelen zoals een verschuiving van de lasten van elektriciteit naar aardgas en stookolie.”

     

     

    De Vlaamse regering presenteert zich als een investeringsregering, maar blijft vaag over de middelen voor de energietransitie. De sector van de hernieuwbare energiebedrijven verwelkomt de ambitie die weerklonk in de Septemberverklaring. Investeringen in de energietransitie zijn inderdaad goed voor de economie, jobs en levenskwaliteit. Het blijft ondertussen wel afwachten hoe deze Vlaamse regering wil bijsturen om de doelstelling in 2020 te halen.

    Na de annulering van de Vlaamse energieheffing door het Grondwettelijk hof dringt een solide alternatieve oplossing voor de historische overschotten aan groene stroomcertificaten zich op. Het optrekken van de groene stroomquota is zo’n beproefd alternatief. De Vlaamse regering voegt daar nu nog een beperkte verhoging van een bestaande heffing aan toe. De sector van de hernieuwbare energie wil vooral een stabiele en voorspelbare aanpak.

    Nu 2020 dichter en dichter komt moet de Vlaamse regering vandaag de laatste koerscorrecties doen om te zorgen dat ze in 2020 haar doel bereikt. Door het recent schrappen van een aantal grote biomassaprojecten zijn bijkomende inspanningen nodig: meer zon, wind, warmtepompen, lokale biowarmte. Hoe de Vlaamse regering die precies ziet blijft onduidelijk na de toespraak van minister-president Bourgeois. ODE directeur Bram Claeys: “De ambitie klinkt goed, en onze bedrijven staan klaar om te investeren. Wij verwachten dat in het binnenkort verwachte nieuwe Vlaams Energieplan 2020 meer duidelijkheid komt over de concrete middelen en plannen.”

    Daarbij zal de doorstart naar 2030, en een structurele verschuiving van de lasten van elektriciteit naar fossiele brandstoffen essentieel zijn.

    Aantal warmtepompen verdubbelt op 4 jaar tijd

    maandag, 11 september 2017 16:11

    Zaventem, 7 september 2017 – Vandaag verwarmen 22.000 warmtepompen woningen en gebouwen in Vlaanderen. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2013. Om de hernieuwbare energie doelstelling voor 2020 te halen is nog eens een verdubbeling nodig van het jaarlijks installatietempo. Dit kan alleen met ambitieus beleid.

    Het aantal woningen dat verwarmt met warmtepompen stijgt spectaculair. Op 1 mei 2017 waren volgens het Vlaams Energie Agentschap in totaal 22.000 warmtepompen geïnstalleerd in Vlaanderen. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2013.

    Om de Vlaamse doelstellingen voor groene warmte in 2020 te bereiken, zullen volgens het warmteplan van de Vlaamse regering jaarlijks 8900 nieuwe warmtepompen nodig zijn. Dit is meer dan een verdubbeling in vergelijking met de bijna 4000 geplaatste warmtepompen in 2016. Ambitieuze beleidsmaatregelen zijn dus nodig. Vito/EnergyVille schat in een vandaag voorgestelde potentieelstudie dat in 2030 13% van het woningpark in Vlaanderen kan uitgerust zijn met een warmtepomp. Maar ook dit kan enkel mits ondersteunend beleid.

    Warmtepompen ontginnen hernieuwbare omgevingswarmte uit de lucht of de ondergrond. Daardoor zijn ze van groot belang in het halen van de energie-en klimaatdoelstellingen. Verwarming van gebouwen neemt de helft van het totale energiegebruik voor zijn rekening. Warmtepompen zijn een van de belangrijkste sleutels om warmtevoorziening te verduurzamen. Het Warmtepompplatform van de Organisatie Duurzame Energie (ODE) roept Vlaams energieminister Tommelein en federaal energieminister Marghem op om de omschakeling naar groene warmte een duw in de rug te geven. Bram Claeys, Algemeen directeur van ODE: “Ambitieuze maatregelen zoals een afbouwscenario voor verwarming met fossiele brandstoffen en een verschuiving van de lasten van de elektriciteitsfactuur naar fossiele verwarming zouden groene warmte een flink eind op weg helpen. Warmtepompen hebben een groot potentieel in zowel nieuwbouw als renovatie, en bij industriële toepassingen zijn de energie en CO2 besparingen zo mogelijk nog groter.”

    Minister Tommelein stelt: "Warmte heeft een enorm potentieel als bron voor groene energie, maar is tot nu toe nog een beetje onbekend gebleven. Daar wil ik met mijn Warmteplan van begin juni verandering in brengen. We voeren een warmtetoets in om te helpen de meeste geschikte vorm van verwarming te kiezen, we passen de EPB-regelgeving aan zodat wie voor hernieuwbare energie kiest beter beloond wordt, samen met de VREG bekijken we hoe een nieuwe tariefstructuur de keuze voor een warmtepomp kan stimuleren, enz. Op 1 januari hebben we ook de premie opgetrokken voor wie een warmtepomp plaatst, die bedraagt nu tot 40 procent van de plaatsingsfactuur.”

    Vandaag houdt het Warmtepompplatform van ODE zijn tiende warmtepompsymposium in samenwerking met het SmartGeotherm project. Op dit symposium werpen Vito, VEA en EHPA een blik op het huidig en toekomstig warmtepompbeleid. KU Leuven, WTCB en Vito bespreken de resultaten van het SmartGeotherm project en actoren uit de sector bespreken concrete cases, projecten en innovaties.

    Meer info: https://www.ode.be/warmtepompen

    Windenergie rondt kaap van 1000 MW

    donderdag, 15 juni 2017 09:19

    Windenergie rondt kaap van 1000 MW

     

    Brussel, 15 juni 2017 – Vandaag viert de windsector wereldwijd de Dag van de Wind. In Vlaanderen rondt windenergie een belangrijke symbolische kaap: de Vlaamse Windenergie Associatie VWEA zet met al haar leden het bereiken van 1000 megawatt windenergie in Vlaanderen in de kijker en wil hierbij ook de beleidsmakers bedanken. De windsector kijkt hierbij ook uit naar de toekomst: VWEA stelt een concrete doelstelling van 2500 MW windenergie in 2030 voorop.

    De windsector werkt sinds 2000 binnen een beleidskader dat de Vlaamse regering toen uittekende. “Dit beleid werkt, gezien we 1000 MW aan windenergieprojecten realiseren”, stelt VWEA-directeur Bart Bode vast. “Deze 1000 MW windenergie produceren elektriciteit voor 650.000 gezinnen en vermijden de uitstoot van bijna 1,4 miljoen ton CO2 per jaar.” Windenergie levert daarmee een grote bijdrage aan de binnenlandse energievoorziening en blijkt een effectief middel tegen de klimaatopwarming. De bedrijven in de Vlaamse windsector leveren bovendien een zeer belangrijke bijdrage aan de Vlaamse economie door lokale investeringen van meer dan anderhalf miljard Euro en jobcreatie voor meer dan 6000 mensen.

    VWEA wil hierbij de betrokken ministers – ook deze uit vorige regeringen – en ambtenaren uitdrukkelijk bedanken voor het mee mogelijk maken en uitdragen van dit Vlaams beleid. Minister Bart Tommelein is in feite de eerste minister die luidop en consequent aan de bevolking zegt dat de energietransitie er is en dat ze gevolgen heeft voor iedereen: je moet zonnepanelen installeren; er moeten windturbines bijkomen. Minister Schauvliege heeft op een  consequente en vaak ook moedige wijze effectief beslist over vergunningsdossiers. Waardoor het klimaatbeleid niet alleen woord bleef, maar ook omgezet werd in daden. Het is enorm belangrijk dat politici het beslist beleid ook daadwerkelijk uitleggen aan het publiek. Wij willen onze beleidsmensen daarvoor heel uitdrukkelijk bedanken, stelt VWEA.

    Het bereiken van 1000 MW aan windprojecten in Vlaanderen was echter niet eenvoudig. Doorlooptijden van 2 tot 4 jaar voor een windproject zijn niet uitzonderlijk. Elk project moet een voortdurend hogere administratieve berg over om de nodige vergunningen te bekomen. “Deze 1000 MW is dan ook te beschouwen als een symbool voor de volharding van de leden van VWEA, die er ondanks alle hindernissen in slaagden om dit in Vlaanderen te realiseren”, vindt Bart Bode.

    Ondertussen groeit ook de participatie van omwonenden in windparken. Het draagvlak voor windenergie in Vlaanderen is altijd zeer groot geweest, maar dit vertaalt zich nu meer en meer in een grotere betrokkenheid bij en een financiële participatie in een windproject. Ook gemeenten nemen in een aantal gevallen financieel deel in een windpark. VWEA vindt de betrokkenheid van omwonenden een belangrijke zaak. Bart Bode: “De leden besteden hier bijzonder veel zorg en aandacht aan, wat het lokale draagvlak versterkt.”

    VWEA kijkt vooral ook naar de toekomst. We staan nog maar aan het begin van de energieomslag. Windenergie moet en zal in Vlaanderen verder groeien. Daarom vraagt VWEA dat de Vlaamse regering een concrete doelstelling voor wind voor 2030 identificeert, want die trekt bijkomende investeringen aan. VWEA stelt zelf een doelstelling van 2500 MW in 2030 voorop.

    IMG -ih1w0i

    Vlaams minister van Energie Bart Tommelein: “Dat we de kaap van 1.000 MW windenergie ronden is goed nieuws! Er is in Vlaanderen bovendien nog voldoende ruimte om nieuwe windturbines te bouwen: denken we maar aan havens, bedrijventerreinen, langs autowegen of nabij luchthavens. Door de technische evolutie krijgen de windmolens ook een steeds groter vermogen. En alsmaar meer burgers investeren mee. Windenergie lijkt dus in een stroomversnelling te komen en dat kan ik alleen maar toejuichen.”

     

    afbeedling winddag

    De vandaag door de Vlaamse regering goedgekeurde energievisie heeft de juiste algemene insteek. “De hernieuwbare energiesector kijkt uit naar de verdere concretisering”, reageert Bram Claeys, Algemeen directeur van de Organisatie Duurzame Energie. ODE is tevreden dat de Vlaamse regering zich baseerde op de input die ze kreeg van de in de Stroomversnelling verzamelde energiestakeholders. ODE vraagt de regering zich nu te concentreren op het identificeren van meer concrete doelstellingen en het hervormen van de energiemarkt zodat die klaar is voor de overgang naar 100% hernieuwbare energie.

    ODE werkte actief mee aan de consensus aanbevelingen van de Stroomversnelling en trok de werkgroep hernieuwbare energie. In vergelijking met de andere gewesten volgde Vlaanderen hier een veel beter op maatschappelijk overleg gebaseerd voortraject. “Niettegenstaande de discussies verre van altijd evident waren, staan wij klaar in de volgende fase de concretisering van de visie in doelen en plannen mee te ondersteunen”, stelt Bram Claeys.

    Concreet vraagt de sector van de Vlaamse hernieuwbare energiebedrijven om werk te maken van een concrete becijferde doelstelling voor hernieuwbare energie tegen 2030 die in lijn ligt met een overgang naar 100% hernieuwbare energie op langere termijn. Verder steunt de sector de regering in haar voornemen om de energiemarkt en de netten te hervormen zodat ze meer decentrale en hernieuwbare energie aankunnen. Een praktisch voorbeeld: de stookolie- en aardgasprijzen zijn nu kunstmatig in het nadeel van hernieuwbare warmte. De Vlaamse regering kan geschiedenis schrijven door de lasten van elektriciteit te verschuiven naar fossiele brandstoffen, zoals de Stroomversnelling aanraadde.

    Zonnekaart stimulans voor groei PV

    maandag, 20 maart 2017 11:09

    Zonnekaart stimulans voor groei PV

    De Organisatie voor Duurzame Energie (ODE) en Fedelec verwelkomen de Zonnekaart die minister Tommelein vandaag lanceerde. Het is een tool die drempelverlagend kan werken. Al blijft de expertise van een professioneel installateur nog altijd onvervangbaar.

    Voor elk van de 2,5 miljoen daken in Vlaanderen brengt de zonnekaart het potentieel voor zonnepanelen in kaart. Een toegankelijke online toepassing kan meer mensen stimuleren om zonnepanelen te installeren. Bram Claeys, Algemeen Directeur van ODE: “De zonnekaart kan drempelverlagend werken omdat die op een eenvoudige manier een indicatie geeft over het rendement van een PV installatie”. ODE en Fedelec verwelkomen dergelijke positieve maatregelen voor zonnepanelen die de marktgroei doen stijgen en ons dichter brengen bij het behalen van de klimaatdoelstellingen.

    Tegelijk benadrukken de federaties dat de expertise van een professionele installateur onmisbaar is om de geschiktheid van het dak en potentiële opbrengst voor PV te bepalen. De zonnekaart baseert zich op meetopnames van 2013 tot 2015en kan een eerste aanwijzing geven over de geschiktheid van het dak. Kris Van Dingenen onderlijnt dan ook: “Voor een nauwkeurige en correcte beoordeling moet een professionele installateur ter plaatse komen die alle factoren in rekening brengt”.

    Vandaag beperkt de terugdraaiende teller de dimensionering van PV systemen op het lokale verbruik. Iemand heeft er immers geen baat bij een groter PV systeem te installeren dan nodig voor het eigen verbruik. Als daardoor dakoppervlak onbenut blijft, is dat eigenlijk een verspilling van dakoppervlak. Eens de digitale meters uitgerold en een slim elektriciteitstarief van kracht is, kan de zonnekaart een handig hulpmiddel zijn om de geschikte dakoppervlaktes maximaal te benutten.

    De organisaties dringen er bij de minister op aan om nu ook snel werk te maken van de andere aangekondigde acties uit het zonneplan. Het wegwerken van drempels voor zonnedelen en extra inspanningen om PV-installaties bij bedrijven te stimuleren zijn noodzakelijk om de ambitieuze PV doelstellingen te bereiken.

    Pagina 1 van 7
  • angeltorrents.com