• Today torrents
  • Nieuwsbrief

    Nieuwsbrief
    1. Ongeldige invoer
    2. Ongeldige invoer
    3. Ongeldige invoer
    4. Beveiligingscode Ongeldige invoer

     

     

    WNVL logo VL 143x80 dpi zondertekst

    ODE header nieuw

    Waarom zonne-energie onderschat blijft

    Er zijn uiteenlopende ideeën over welke de beste technologieën zijn om het energiesysteem zo snel mogelijk koolstofvrij te maken. Sommige scenario's benadrukken de rol van koolstofopvang en opslag om kolen- en gaskrachtcentrales klimaatvriendelijker te maken. Anderen wijzen op kernenergie en een derde groep is optimistischer over hernieuwbare energiebronnen. Maar het is aannemelijk dat zelfs deze meer optimistische prognoses het potentieel van zonne-energie sterk onderschat hebben, aldus Dr Felix Creutzig van de Technische Universiteit Berlijn.

    In een analyse, net gepubliceerd in Nature Energy, vragen Dr. Felix Creutzig en zijn collega’s zich af waarom dit gebeurd is en hoeveel zonne-energie kan bijdragen aan de klimaatvermindering.

    Zonnescenario's

    Screen-Shot-2017-08-24-at-17.17.23 PV underestimatedEr is een grote variabiliteit in de verwachte bijdrage van hernieuwbare energiebronnen aan de toekomstige energiemix. In een scenariovergelijkingsstudie die het Intergouvernementele Panel over Klimaatverandering (IPCC) heeft uitgevoerd, bleek dat door scenario’s met een jaarlijkse wereldwijde elektriciteitsopwekking d.m.v; zonne-energie van 8 tot 35 exajoules (EJ) in 2050, de temperaturen onder de 2C kunnen worden gehouden.

    Dit komt overeen met ongeveer 5-17% van de wereldwijde elektriciteitsvoorziening., In dezelfde studie daarentegen, leveren projecten op basis van bio-energie jaarlijks 0-90EJ in 2050.

    Er worden regelmatig energieprognoses geanalyseerd in scenario's van het International Energy Agency (IEA) en modellen van de energiesystemen die worden ingezet om het IPCC te informeren. Belangrijk om weten is dat IEA-scenario's vaak gebruikt worden om de IPCC-scenario’s af te stemmen. De resulterende projecties wijzen op een grote rol voor kolen, gekoppeld aan het vastleggen en opslaan van CO2 onder de grond, kernenergie en biomassa.

    Maar historisch gezien lijken deze studies gekant tegen zonne-energie. In de analyse in Nature Energy laten Dr. Creutzig en zijn collega’s zien dat zowel het IEA (zwarte lijnen in de grafiek hieronder) en Greenpeace (groene lijnen) - die zeker niet schuldig zijn aan een afkeer van zonne-energie – voortdurend de realiteit van implementatie (rode lijn) hebben onderschat.

    Consumenten bleken bereid te zijn om een ​​premie te betalen voor groene technologie op hun eigen daken

    De echte groei van de zonne-energiecapaciteit (gigawatt, rode lijn) heeft voortdurend de resultaten van het IEA (zwarte lijnen), de Duitse Adviesraad voor Globale Wijziging (WGBU, blauwe lijn) en zelfs Greenpeace (groene lijnen) overtroffen. Bron: Creutzig 2017.

    Het IEA, een belangrijke referentie voor alle modellen, heeft tussen 1998 en 2010 een jaarlijks groeipercentage van 16-32% voorspeld. In feite varieerde de reële groei tussen de 20-72%, met een jaargemiddelde van 38%. Dit verschil zorgde voor veel te lage voorspellingen over het aantal geïnstalleerde zonne-energie-installaties.

    Terwijl een gemiddeld groeipercentage van 19% leidt tot een groei van 470% in 10 jaar, kan een groei van 38% leiden tot een capaciteitsgroei van 2500% in een decennium. Zelfs de meest optimistische scenario's, gepubliceerd door Greenpeace vanaf 2007-2010, onderschatten de zonnegroei. In eerste instantie werd verwacht dat de hoge groeipercentages terug gingen vallen tot 24-32% per jaar, een percentage dat werd overtroffen door wat er effectief globaal werd ontwikkeld..

    Modellen en scenario's hebben de groei van zonnecapaciteit niet éénmalig, maar herhaaldelijk, onderschat, zodat de kloof tussen voorspelling en realiteit niet kleiner wordt.

    Ontbrekende modellen

    Waarom is er zo'n kloof tussen verwachting en realiteit? De groei van zonne-energie, die weliswaar begon vanuit een minimale basis, is spectaculair. Slechts weinig technologieën hebben zich zo snel ontwikkeld.

    Consumenten bleken bereid om een ​​premie voor groene technologie op hun eigen daken te betalen, terwijl ambitieuze beleidsinstrumenten zoals het Duitse Feed-in-tarief en de Renewable Portfolio Standard van Californië hernieuwbare energie veel sneller hebben doen ontwikkelen dan verwacht.

    Dit proces is tot nu toe slecht vastgelegd door de energiesysteemmodellen, die de complexe mix van verschillende soorten klimaatbeleid op een vereenvoudigde en gestileerde manier dienen weer te geven, bijvoorbeeld als een enkele, economische koolstofprijs. Deze modellen gaan er ook van uit dat de maatschappij altijd zal proberen om kosten te minimaliseren, waarbij de potentiële rol van een persoonlijke voorkeur wordt genegeerd.

    De resultaten waren opmerkelijk. Zonne-energie levert wereldwijd 30% elektriciteit in concurrerende markten (zonder subsidie), in pessimistische aannames over kostendrempels tot 50% onder meer optimistische aannames.

    Belangrijker nog, een snellere implementatie zorgde ervoor dat de kosten snel en consequent daalden. In feite daalden de kosten van zonne-modules met ongeveer 23% bij elke verdubbeling in geïnstalleerde capaciteit, een fenomeen genaamd technologisch leren. Traditioneel gezien wordt technologisch leren onvoldoende gereflecteerd in veel modellen.

    De gemiddelde kosten van zonne-energie zijn nu lager dan die van fossiele brandstoffen op concurrerende markten. Op locaties zoals Dubai, Mexico en Chili, verkopen de beste PV-projecten hun elektriciteit voor minder dan 0,03 dollar per kilowattuur (kWh). In India of Zambia produceren sommige PV-projecten stroom aan of lager dan 0,06/kWh dollar, waardoor kolen niet concurrentieel meer zijn.

    Een laatste factor die verklaart waarom modellen zonne-energie hebben onderschat, zijn hun kostenprognoses voor andere technologieën. Als gevolg daarvan hebben ze niet alleen de kosten van zonne-energie overschat, ze zijn ook te optimistisch geweest over de kostenverminderingen voor de alternatieven of hielden zelfs geen rekening met kostenverhogingen.

    Realistisch potentieel

    In deze analyse hebben we nieuwe schattingen gemaakt van het realistisch potentieel van de zonne-energie d.m.v. van een globaal model van het energiesysteem, economie en klimaat, REMIND , van het Potsdam Institute for Climate Impact Research.

    We hebben dit model aangesloten op de waargenomen ontwikkeling van zonnecapaciteit en de kosten ervan, samen met een herziene aanpak van de schatting van technologische leerpercentages. Een cruciale parameter hiervoor is de drempelkost, met andere woorden de kost waarbij het technologisch leren in PV zich stabiliseert.

    Onze resultaten waren opmerkelijk. Zonne-energie levert wereldwijd 30% elektriciteit in concurrerende markten (zonder subsidie), onder pessimistische veronderstellingen over drempelkosten en tot 50% onder meer optimistische aannames.

    Met andere woorden, onze elektriciteitssystemen zullen worden getransformeerd van een consistent afhangen van "baseload" kool naar variabele zonne-energie. Dit biedt een enigszins positief vooruitzicht voor de beperking van de klimaatverandering, maar verandert ook het landschap en de eisen van de globale elektriciteitsmarkten.

    De batterijkosten dalen zelfs sneller dan die van zonne-energie. Dat is een gelukkig toeval.

    Het realiseren van dit zonnepotentieel zal afhangen van cruciale beleidsplannen en ondersteuning. Steenkool en andere fossiele brandstoffen zijn diep verankerd en hebben een aanzienlijke politieke macht achter zich. Bovendien kunnen fossiele brandstoffen energie leveren wanneer er vraag naar is, terwijl de zon misschien niet schijnt op het moment dat consumenten elektriciteit vragen.

    Aangezien zonne-energie centraal staat in energievoorziening, worden accu systemen en opslag steeds belangrijker. Sommige staten zoals Vermont implementeren al thuisbatterijsystemen van Tesla om het netwerk te stabiliseren. En in Minnesota suggereert een studie dat zonne-energie samen met batterijopslag een meer kosteneffectieve manier is om het net te balanceren dan aardgas.

    De batterijkosten dalen zelfs sneller dan die van zonne-energie. Dat is een gelukkig toeval, omdat de opslagkosten in plaats van fotovoltaïsche kosten de bepalende factor zijn voor zonne-investeringen. Een andere nieuwe studie, die net gepubliceerd is in Nature Energy, constateert dat een combinatie van zonne-, wind- en batterijopslag waarschijnlijk rechtstreeks kan concurreren met elektriciteitsopties gebaseerd op fossiele brandstoffen.

    Natuurlijk is een effectieve klimaatvermindering niet verzekerd, zelfs als het elektriiciteitsgebruik uit zonne-en windenergie stijgt. Bij gebrek aan solide maatregelen om kolen, gas en olie uit het energiesysteem te verwijderen, zouden fossiele brandstoffen nog ​​in een ongelukkig evenwicht met hernieuwbare energieën kunnen blijven bestaan voor de komende decennia. Het uit de markt prijzen van vervuilende steenkool door middel van een koolstofbelasting zou het beleid aanvullen dat is ontworpen om het aandeel van de zonne-energie in de wereldwijde elektriciteitsmix te versterken.

    Bron: Energypost.eu