Regelgeving

Afdrukken PDF

Op deze pagina vindt u een overzicht van de wettelijke verplichtingen die aan de orde kunnen zijn voor (bepaalde onderdelen van) warmtepompsystemen. In verschillende situaties is voor de toepassing van een warmtepompsysteem namelijk een melding of vergunning nodig, en dient men te voldoen aan bepaalde milieuvoorwaarden. Bij toepassing van grondwater met een pomp- en retourput als bron kan voorts sprake zijn van een heffing.

Wanneer is sprake van een vergunningsplicht?

 

  • indien een voor huishoudelijke doeleinden zeer grote warmtepomp wordt toegepast (met een totale geïnstalleerde drijfkracht van de warmtepomp van meer dan 200 kW);
  • indien grondwater (met pomp- en retourput) als warmtebron wordt toegepast;
  • indien een verticale bodemwarmtewisselaar als bron wordt toegepast waarbij tot op een diepte van meer dan 50 meter onder het maaiveld wordt geboord;
  • indien een horizontale of verticale bodemwarmtewisselaar wordt toegepast met daarin een warmtedragend medium met gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in bijlage 2B van Vlarem I.

Wanneer is sprake van een meldingsplicht?


Als er geen sprake is van een vergunningsplicht, zal vaak wel een melding moeten worden gedaan. Dit is het geval indien sprake is van één of meer van de volgende situaties:

  • de warmtepomp heeft een totale geïnstalleerde drijfkracht van meer dan 5 kW;
  • er wordt gebruik gemaakt van een verticale bodemwarmtewisselaar waarbij tot een diepte van maximaal 50 meter onder het maaiveld wordt geboord (bij een diepte van meer dan 50 meter geldt een vergunningsplicht.

Wanneer is sprake van (vrijstelling van) grondwaterheffing?


Bij toepassing van grondwater met een pomp- en retourput als bron moet in principe grondwaterheffing worden betaald, waarvoor echter onder bepaalde voorwaarden geheel of gedeeltelijk vrijstelling kan worden verkregen. Vrijstelling is mogelijk voor het gedeelte van het opgepompte grondwater waarvoor aangetoond kan worden dat het wordt teruggevoerd in dezelfde watervoerende laag.

VLAREM I BEPAALT DE VERGUNNINGPLICHT EN HET TYPE ERVAN


Vlarem I, opgedeeld in rubrieken, bepaalt wanneer een melding gedaan moet worden dan wel een milieuvergunning aangevraagd moet worden. Ook de wijze waarop dit dient te gebeuren, staat in Vlarem I beschreven.
In het gedeelte Wetgeving zijn daarom per subsysteem de van toepassing zijnde rubrieken opgelijst met per rubriek een onderverdeling in maximaal 3 klassen volgens de graad van hinderlijkheid:

  • klasse 3: geen vergunningsplicht, doch enkel een meldingsplicht bij het college van burgemeester en schepenen (van de gemeente waar de werken worden uitgevoerd);
  • klasse 2: vergunningsplicht, waarbij men de vergunning moet aanvragen bij het college van burgemeester en schepenen (van de gemeente waar de werken worden uitgevoerd);
  • klasse 1: vergunningsplicht, waarbij men de vergunning moet aanvragen bij de bestendige deputatie van de provincieraad (van de provincie waar de werken worden uitgevoerd).

Voor elke verderop opgesomde rubriek kijkt u dus welke klasse voor u van toepassing is; het doen van een melding of het aanvragen van een milieuvergunning dient te gebeuren via modelformulieren die gratis te verkrijgen zijn op het gemeentehuis. Ingeval een vergunning vereist is (klasse 1 of 2) mag pas met de betreffende activiteiten (bv. plaatsen van grondwaterwinning, uitvoeren putboring, plaatsen warmtepompen) begonnen worden als de vergunning is afgegeven. Dit gebeurt voor klasse 2 vergunningen binnen 3 maanden (4,5 maanden bij termijnverlenging) en voor klasse 1 vergunningen binnen 4 maanden (6 maanden bij termijnverlenging) na de vergunningsaanvraag. De vergunning is dan geldig voor een maximum termijn van 20 jaar of totdat u belangrijke wijzigingen wenst door te voeren of de wetgeving van toepassing op uw activiteiten wordt aangepast.

VLAREM II BEPAALT WELKE MILIEUVOORWAARDEN WORDEN GESTELD

Het Vlarem I geeft aan wanneer een vergunning dient aangevraagd te worden of wanneer er een melding dient te gebeuren, en bij welke instantie dit dient te gebeuren. Het Vlarem I zegt echter niet aan welke milieuvoorwaarden dient te worden voldaan om deze vergunning ook te kunnen krijgen / behouden. Deze milieuvoorwaarden worden gedetailleerd weergegeven in het Vlarem II. Voor de verschillende relevante onderdelen van een warmtepompsystemen wordt verderop aangegeven welke milieuvoorwaarden volgens Vlarem II worden gesteld.