Informatie
Inloggen
De kleinste commerciële kusthaven heeft grootse plannen. Oostende moet een Energy Port worden, een uitvalsbasis voor projecten in hernieuwbare energie. En daarvoor lonkt het uitdrukkelijk naar Chinese investeerders.
In de koningin der badsteden heeft het hoofdkwartier van het Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf van Oostende (AGHO) de allure van de maoïstische gebouwen die tegenwoordig in China tegen de vlakte gaan. Granieten vloeren, houten deuren en ramen uit de jaren vijftig ruimen er plaats voor futuristische hoogbouw met de nieuwste bouwmaterialen. Met het classistische hoofdkantoor van AGHO zal het zo’n vaart niet lopen. De haven van Oostende zelf daarentegen staat wel voor een grondige facelift. Nadat de raad van bestuur vorige week groen licht heeft gegeven, is het de bedoeling om van Oostende een Energy Port te maken.
Onze kleinste kusthaven wil haar toekomst veiligstellen door zich tot een gespecialiseerde hub te ontpoppen, een platform voor innovatie, logistiek en assemblage van alle mogelijke vormen van hernieuwbare energie die op ons afkomen.
Om Chinese financiers en voortrekkers van nieuwe energie naar Vlaanderen te halen, reisde minister-president Kris Peeters naar Peking, samen met Johan VandeLanotte in zijn hoedanigheid van voorzitter van het havenbestuur. Ze ondertekenden een voorakkoord met de China Development Bank. Rent-A-Port, dat CDB naar Oostende breacht met het oog op financiering van Belgische en Engelse miljardenprojecten in windenergie, is een financierings- en engineeringvehikel voor infrastructuur op zee en wordt gecontroleerd door Ackermans & van Haaren/CFE.
Nieuwe bedrijfsterreinen
Johan Vande Lanotte heeft het over het creëren van een cluster van bedrijven die actief zijn in wind- en zonne-energie en in biomassa. Zowel op zee als aan wal. “We willen ze bovendien met een moderne infrastructuur aanporren tot innovatie en basisonderzoek. Maar om dat allemaal waar te maken, moet er in de haven voldoende ruimte vrijkomen. Volgens hem habben de drie vergunde uitbaters van windmolenparken in Oostende nu al behoefte aan extra bedrijfsterreinen. “Voor de levering van materieel (turbines, gondels, wieken, palen, funderingen,…), voor het bouwen van de windmolens en nadien het onderhoud, heb je gespecialiseerde haventerreinen nodig.”
In de voorhaven kan 15 tot 20 hectare bedrijfsterrein vrijkomen na het dempen van een derde van het Visserijdof en een herinrichting van de terreinen van de Vismijn. “Op zo’n gespecialiseerde terminal kunnen alle windmolenparkbouwers aan de slag. Niet alleen zij die er al zijn. Ook nieuwkomers met hun toeleveranciers en contractanten.
Eldepasco, C-Power en Rentel verbonden er zich toe de haven van Oostende als uitvalsbasis te gebruiken. AGHO hoopt dat andere gaan volgen. En dan zijn er nog de onderhoudsbedrijven, zegt gedelegeerd bestuurder Gerard: “Los van het aantal nieuwe jobs voor de hub, kan het aantal banen voor de uitbaters en de onderhoudsploegen van de Belgische windparken over vijf jaar oplopen tot een hondertal. Het gaat al gauw om twintig tot dertig mensen die per bedrijf aan de slag kunnen.
Slimme logistiek
Een bijkomende troef die Oostende in de achterhaven sterker wil uitspelen, is het Wetenschapspark van 20 hectare, waar nog bouwruimte beschikbaar is voor innovatieve bedrijven. Het incubatiecentrum Greenbridge, waarin Electrawinds ontstond, is een initiatief van het havenbedrijf, Universiteit Gent, de POM West-Vlaanderen en de Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende. Wetenschappelijk onderzoek naar hernieuwbare energie kan daar geactiveerd worden.
AGHO en de Universiteit Gent richtten ook samen Power-Link op, een virtueel netwerk rond duurzame en hernieuwbare energie. Dan is er nog de Energy Box met demonstraties van de nieuwste energieopwekkende technologie: “We onderzoeken met de Universiteit Gent, Deme Blue Energy, Electrawinds en de bedrijven Cloostermans, Spiromatic en Contec hoe de golfslagwerking van de zee omgezet kan worden in energie.”
In Peking werd alvast beslist om een haalbaarheidsstudie te maken voor een nieuw logistiek centrum waarin onderdelen van installaties voor hernieuwbare energie afkomstig uit China gesorteerd, herverpakt en verstuurd kunnen worden naar klanten in Europa. Deze value added logistics slaat onder meer op Chinese zonnepanelen en windmolens met daaraan gekoppeld onderhoudsdiensten vanuit Oostende. De haalbaarheidsstudie wordt gefinancierd door AGHO en het studiebureau van Rent-a-Port.
CCCC is al gestart met het maken van windturbines. “Dat zijn nog niet de grote die in de Noordzee staan, maar over drie jaar zullen ze dat niveau wel bereikt hebben”, zegt Marc Stordiau.
Bron: Trends




