
De hernieuwbare energiebronnen leveren na omzetting elektriciteit, warmte of een (transport)brandstof. Gekoppeld aan een rationeel energiegebruik kunnen ze het verbruik van klassieke brandstoffen terugdringen, en bijgevolg ook de milieueffecten en het sociaal-economisch impact van onze energiebehoeften verminderen.
Duurzame energiebronnen hebben grote voordelen ten opzichte van fossiele brandstoffen.
De bronnen geraken allereerst nooit op: wind, zonlicht en warmte diep onder de aardkorst, zijn er altijd. Energie uit biomassa maakt gebruik van organische materialen zoals groente-, fruit- en tuinafval, hout en palmolie. Het kost wat tijd om die te telen of te produceren, maar in principe groeien die 'bronnen' in relatief korte tijd weer aan. De vorming van de fossiele brandstoffen daarentegen kost miljoenen jaren. Daarom heten ze in de praktijk eindige bronnen: als ze op raken, kunnen we niet wachten op de vorming van nieuwe olie, aardgas of steenkool.
Ander voordeel is dat bij de productie of omzetting van duurzame energie netto geen CO2 vrijkomt. Het omzetten van zonlicht of wind in elektriciteit, of het opwarmen van water met warmte uit de aardkorst, levert helemaal geen CO2 op. Bij het gebruik van biomassa komt enkel de CO2 vrij die eerder door de planten uit de lucht werd gehaald, daarom is het resultaat een netto nul uitstoot. Enkel voor de constructie van de installaties is (voorlopig) energie nodig uit fossiele brandstoffen. Maar deze energie wordt in de levenscyclus snel terugverdiend.
DOELSTELLING 2020
Op 23 januari 2008 stelde de Europese Commissie het klimaat-energiepakket voor. Europa wil hiermee het initiatief nemen in de strijd tegen de klimaatverandering en streven naar een continue, duurzame en concurrerende energievoorziening. De Europese economie moet omgevormd worden tot een voorbeeld van duurzame ontwikkeling in de 21ste eeuw.
De concrete doelstellingen van het klimaat-energiepakket zijn de zogenoemde 20-20-20-doelstellingen. Tegen 2020 wil Europa:
- een reductie van 20 % broeikasgassen (met als uitgangspunt 1990) of tot 30 % indien andere geïndustrialiseerde landen zich eveneens tot deze doelstelling engageren
- 20 % hernieuwbare energie in de totale energiemix, inclusief 10 % hernieuwbare energie in de transportsector
- 20 % energiebesparing door energie-efficiëntie ten opzichte van de prognoses van 2020

(B)ODE's BLOG
Nieuws
- Het aandeel van hernieuwbare energie in het totale bruto energieverbruik in Europa
- Publicatie advies VREG certificatenoverschot
- Recordjaar voor investeringen in schone energie
- Studiedag decentrale productie in een residentiële omgeving: droom of illusie?
- EVA gaat 71 oplaadeilanden voor elektrisch rijden installeren








