• Today torrents
  • Nieuwsbrief

    Nieuwsbrief
    1. Ongeldige invoer
    2. Ongeldige invoer
    3. Ongeldige invoer
    4. Beveiligingscode Ongeldige invoer

     

     

    WNVL logo VL 143x80 dpi zondertekst

    ODE header nieuw

     

    SPIN

    vrijdag, 29 september 2017 10:30

    Ik dacht: is het nu gedaan met de spin Sebastiaan? De laatste dagen – excuseer: avonden – was hij een trouw gezelschap geworden. In het begin maakte hij rondom mij een grote cirkel op de muur: eerst naar boven en dan naar beneden. Daarna stoof hij een aantal keer in een rotvaart onder mijn stoel door. Stilaan leek hij mij te vertrouwen. Ik had mijn huisgenoten meer dan eens afgeraden om hem kwaad te doen, gezien zijn nuttige bijdrage aan het verminderen van het aantal insecten in huis.

    Het vertrouwen ging zo ver dat hij op een avond heel dicht bij kwam. Als een volleerd acteur kwam hij sloomweg aangeslopen. Schijnbaar moe of uitgeput, alsof hij een reuzehonger had, met grote rustpauzes. Tot hij het lef had om – toch heel behoedzaam – achteraan op mijn scherm te kruipen en bovenaan net over de rand te hangen, zijn blik (vermoed ik) in mijn richting, loerend naar mij met die ongestelde vraag: ben je bang van mij?

    Als kind leerde ik de grote huisspinnen kennen bij mijn grootmoeder die ze “Bartholomeus spinnen” noemde, omdat ze rond 24 augustus – de naamdag van deze zeer belangrijke heilige – het huis binnenkwamen of ten minste begonnen op te vallen. Grootmoeder nam dan meestal een borstel en een vuilblik om ze uit de weg te ruimen. Een lot dat ze vaak moeten ondergaan en dat dramatisch mooi verwoord werd in het gedicht van Annie M.G. Schmidt: “De Spin Sebastiaan”.

    Ik vroeg me af of grote huisspinnen ook een web weven. En is dat anders dan dat van de kruisspin die ik in deze tijd van het jaar letterlijk tegen het lijf loop en die me ’s morgens ongevraagd met een fijne voile drapeert als ik de fiets uit het schuurtje haal? Het alleswetende internet leert me dat de grote huisspin matwebben weeft, die niet zo kleven. En dat zijn officiële naam niet Sebastiaan of Bartholomeus is, maar Tegenaria Parietina. Ook niet om onmiddellijk bang van te worden.

    Welke netten ze ook weven, het zijn meestal echte kunstwerken. De netten waar we in de energiewereld mee te maken hebben, zijn in wezen ook kunstwerken, die meer en meer uitgedaagd door de nieuwe evoluties. Zoals bij elke vernieuwing komen daar heel wat vragen rond. Vragen waarvan je het antwoord (nog) niet op het internet vindt. Sommige vragen zijn terecht. De inpassing van grote hoeveelheden zon- en windenergie op de elektriciteitsnetten vormt een uitdaging. Het zet aan tot verder onderzoek hoe we elektriciteit kunnen opslaan, al of niet omgezet naar een andere energievorm. Het zet aan tot anders omgaan met de eigen vraag: niet op elk moment de spreekwoordelijke kraan helemaal opendraaien, maar in huishoudens en bedrijven nadenken wanneer je die energie opvraagt. Die vragen zullen verder toenemen naarmate we een deel van de warmtevraag en het transport gaan elektrificeren. Zullen de netten dat wel aankunnen? Zullen er geen nieuwe files ontstaan rond laadpalen? En wat als het een week lang niet waait en mistig koud is? Ook rond de aanleg van warmtenetten worden heel wat vragen gesteld. Hoe ver kan je daar mee gaan? Wat is het energetische en financiële rendement? En wat als er geen huisvuil meer is om te verbranden en wat als de diep geothermische warmtebronnen plots een terugval kennen?

    Dat zijn allemaal uitdagingen die de energietransitie met zich meebrengt. De Sebastiaanse vraag is: zijn we daar bang van of pakken we dat aan? Wat zou het leven zijn zonder uitdagingen? Hoe plezant is deze periode niet voor ingenieurs, professoren en onderzoekers die hun creativiteit, hun wetenschap en kennis optimaal mogen benutten om nieuwe netten te spinnen, nieuwe kunstwerken te maken die oplossingen aanreiken voor deze uitdagingen. Daarom organiseren we ook studiedagen en seminaries om antwoorden te vinden en ze mee bekend te maken.

    Dus nee, Sebastiaan, we zijn niet bang.

    Bart Bode