Op 3 februari kondigde De Vlaamse Regering een nieuw ondersteuningsprogramma aan van 2 miljard euro voor de Vlaamse industrie. Met deze investering worden transitiecontracten structureel verankerd. Het doel: de Vlaamse industrie toekomstbestendig maken.
Opvolger van piloottrajecten
Vorig jaar werd een pilootoproep voor transitiecontracten (contracts for difference), goed voor 70 miljoen euro gelanceerd. Die oproep focuste op investeringen in elektrische boilers en industriële warmtepompen. 9 industriële projecten kregen steun toegekend, waaronder ook één warmtepompproject.
Dit initiatief wordt nu structureel verankerd en het budget wordt aanzienlijk verhoogd, tot 2 miljard. Concreet wordt een investeringsbudget van 100 miljoen euro in 2028 voorzien en wordt er 200 miljoen euro in 2029 uitgetrokken, dit wordt vervolgens 10 jaar verder gezet. De 2 miljard zal worden gefinancierd met de inkomsten uit de ETS-emissierechten. De Tijd suggereerde dat van de 200 miljoen euro 140 miljoen euro uit de ETS1-middelen en 60 miljoen euro uit de ETS2-middelen zal komen. Of dit ook zal betekenen dat volgens deze verhouding de middelen zullen verdeeld worden tussen de “zware” energie-intensieve industrie en andere bedrijven is nog niet duidelijk.
Contract for difference
Het budget wordt toegekend via het principe: contracts for difference. Dit is een vorm van overheidsondersteuning waarbij naast investeringen ook operationele kosten, bijvoorbeeld exploitatie- en onderhoudskosten, over een langere periode van verschillende projectjaren worden gefinancierd. De toewijzing van de middelen gebeurt op basis van een veilingsysteem. Dit moet garanderen dat de meest efficiënte projecten ondersteuning krijgen. De precieze voorwaarden om de middelen te verkrijgen, zullen op korte termijn in nauwe samenspraak met de industrie uitgewerkt worden.
De Vlaamse Regering legt de focus op decarbonisatie en elektrificatie. Tijdens de aankondiging was er veel aandacht voor CCU/CCS (Carbon Capture, Utilisation and Storage) als sleuteltechnologie, maar ook SMR’s (kleine modulaire kernreactoren). De concrete modaliteiten dienen echter nog worden uitgewerkt. De typeprojecten zijn bijgevolg nog niet gekend.