Ode
Beslissing tot vaststelling van de tariefmethodologie voor het elektriciteitstransmissienet en voor de elektriciteitsnetten met een transmissiefunctie voor de regulatoire periode 2028-2031

Beslissing tot vaststelling van de tariefmethodologie voor het elektriciteitstransmissienet en voor de elektriciteitsnetten met een transmissiefunctie voor de regulatoire periode 2028-2031

09 juli 2026

Op 25 juni heeft de CREG de methodologie vastgelegd voor de vaststelling van de tarieven voor elektriciteitstransmissie voor de periode 2028-2031.


De methodologie wordt voor een vierjarige periode vastgelegd en met deze methodologie streeft de regelgever ernaar een evenwicht te bieden tussen de kwaliteit van de geleverde diensten enerzijds en de kosten die door de netgebruikers worden gedragen anderzijds.
In het voorjaar van 2026 werd deze methodologie ter consultatie voorgelegd. ODE heeft hierop gereageerd, aangezien er een aantal belangrijke veranderingen in voorgesteld werden.
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste aanpassingen, uit CREG methodologie p. 10/102:

1. Injectietarief:

‘de toepassing van het capaciteitstarief voor het ter beschikking gestelde vermogen op de contractuele vermogens in injectie om de factureringsbasis van het tarief te verbreden en de netwerkkosten door te rekenen aan alle netgebruikers die ze veroorzaken en ervan gebruikmaken.’

2. Afname:

‘De CREG stelt daarom de volgende concrete ontwikkelingen voor op het vlak van de tarieven toegepast op de afname:

  • de afschaffing van het capaciteitstarief voor de maandelijkse piek om de tariefstructuur te vereenvoudigen en om een potentiële rem weg te nemen voor de hogere afnames door de netgebruikers tijdens periodes van incompressibiliteit buiten de periode van schrapping van de maandpiek; 
  • een overeenkomstige verhoging van het gewicht van het capaciteitstarief voor het ter beschikking gestelde vermogen, waardoor de stijging van de netkosten adequater kan worden doorgerekend - dan het tarief voor de maandpiek - aan de netgebruikers wiens gedrag investeringen ter versterking rechtvaardigt.’  

 

3. Injectie en afname:

  • ‘invoering van een nieuw capaciteitstarief voor de toewijzing van aansluitcapaciteit die enkel wordt gefactureerd tussen het moment waarop de capaciteit wordt toegewezen en het moment waarop het tarief voor het ter beschikking gestelde contractuele vermogen wordt gefactureerd. Dit nieuwe tarief heeft specifiek tot doel om het risico te beperken dat bepaalde projectontwikkelaars capaciteit te lang van tevoren of om louter speculatieve redenen blokkeren. Dit tarief weerspiegelt de waarde van de toewijzing van transmissiecapaciteit voor de betrokken gebruiker, aangezien deze capaciteit niet langer beschikbaar is voor andere gebruikers. Dit tarief kan worden toegepast op netgebruikers, distributienetbeheerders of elke andere entiteit op wiens initiatief de toewijzing van aansluitingscapaciteit gebeurt in overeenstemming met het geldende wettelijke en regelgevende kader;
  • invoering van een reductiecoëfficiënt op het capaciteitstarief voor het ter beschikking gesteld vermogen van de netgebruikers en/of de distributienetbeheerders die vrijwillig kiezen voor een flexibele aansluiting, waardoor investeringen voor de versterking van het net kunnen worden vermeden; 
  • phasing out van de afzonderlijke tariefregeling die in 2018 door de CREG werd ingevoerd om de ontwikkeling van elektriciteitsopslag aan te moedigen. Gelet op de vastgestelde verlaging van de kosten van elektriciteitsopslagprojecten in de afgelopen jaren als de verwachting dat de door de netbeheerder vastgestelde opslagcapaciteitsbehoefte zal worden overschreden, de aangebrachte wijzigingen aan de tariefstructuur in het kader van de huidige tariefmethodologie, evenals de ontwikkelingen die in het buitenland zijn waargenomen – met name in Duitsland - lijkt deze afzonderlijke tariefregeling niet langer gerechtvaardigd met betrekking tot kostenreflectiviteit voor elektriciteitsopslaginstallaties die niet vóór 31 december 2027 in gebruik zijn genomen en waarvoor op 15 juli 2026 geen aansluitingscontract met de netbeheerder is ondertekend. Deze phasing out zal er ook toe bijdragen dat alle netwerkgebruikers die vaste capaciteit aanvragen op gelijke voet worden behandeld, en zal ontwikkelaars van elektriciteitsopslagprojecten stimuleren om te kiezen voor vrijwillig flexibele aansluitingen en hun projecten meer te situeren op verbruiks- en/of productielocaties, teneinde de impact ervan op congesties in het transmissienet te beperken.


De volledige methodologie kan hier teruggevonden.


In het definitief goedgekeurde reglement ziet ODE een aantal aanpassingen, zoals de datum van phasing out. Echter deze is nog steeds krap, nl. 15 juli 2026 om het aansluitingscontract te ondertekenen.


ODE blijft echter zeer bezorgd over de injectietarieven, ook al tijdens de consultatie, en het belangrijkste argument in deze bezorgdheid is dat CREG de verplichte benchmark met de ons omringende landen laat vallen. In de argumentatie zegt CREG daarover dit:


‘Wat de Europese benchmark voor injectietarieven betreft, en zonder deze te verbieden, blijft de CREG bij haar voornemen om Elia niet langer te verplichten om hiermee rekening te houden in haar tariefvoorstel. Het opstellen van een benchmark bij de invoering van injectietarieven is weliswaar opgenomen in de elektriciteitswet (artikel 12, § 5, 17°), maar uitsluitend als een van de mogelijkheden die ter beschikking staan van de CREG (zie het gebruik van de term 'zoals') om ervoor te zorgen dat de tarieven die van toepassing zijn op de productie-eenheden, de bevoorradingszekerheid van het land niet in gevaar brengen door een afname van het concurrentievermogen van de betrokken productie-eenheden. Er bestaat dus geen wettelijke verplichting voor de CREG om een Europese benchmark uit te voeren. De CREG stelt bovendien vast dat de benchmark zoals die voorheen werd uitgevoerd, niet langer geschikt lijkt. Deze bestaat immers uit het vergelijken van de toekomstige tarieven in België met de huidige tarieven die in het buitenland van toepassing zijn. Dit tijdsverschil vormt nu een probleem in de huidige context van de invoering en verhoging van injectietarieven in andere Europese landen.'


Deze tariefmethodologie geeft Elia Transmission Belgium het kader om zijn tariefvoorstel uit te werken en in te dienen. Die tarieven zullen in de loop van het jaar 2027 bekend worden gemaakt.
ODE zal ook het opstellen van het tariefvoorstel bij Elia nauw opvolgen.